Bijlage 1:

De eigenaar van de historische herenboerderij Groot Zeeland in Millingen heeft een verzoek aan de gemeenteraad gedaan tot wijziging van het bestemmingsplan. Hij wil een bijgebouw realiseren op het voorterrein bij zijn woning. Het verzoek is zowel ambtelijk als door het college meerdere malen getoetst aan het geldende beleid en bestemmingsplan en daarbij steeds afgewezen. Intussen was de eigenaar alvast begonnen met de bouw.

Het college komt met een uitgebreide onderbouwing m.b.t. de afwijzing. Monument en Landschap kan zich geheel daarin vinden: de schuur zou volgens de regels alleen op de terp gebouwd mogen worden daar hier al vele bodembewegingen hebben plaatsgevonden door bouw- en afbraak. Er ligt zelfs een contour van een oude schuur waarop de garage kan verrijzen. Bouwen buiten deze terp waarop de bodem zoals gemeld en beschreven al voluit beroerd is, bevinden zich gronden welke minder beroerd en niet tot nauwelijks zijn onderzocht. RAAP als gevestigd instituut raadt dan ook aan deze gronden niet te beroeren. Precies op het verloop van een oude gracht, buiten de besproken terp, is de garage gepland. Groot Zeeland is een historisch en archeologisch monument. In de Steentijd was het al ‘n populaire plek, in de Romeinse tijd niet anders. Met name rondom de terp is het daarom van belang de bodem niet te beroeren en voor het nageslacht en toekomstig onderzoek te bewaren”. Cultuurhistorisch en landschappelijk gezien heeft het veruit de ruimtelijke voorkeur de concentratie van gebouwde elementen op de terp zelf te organiseren. Het afwijken hiervan levert zoals gemeld archeologische bedreigingen en cultuurhistorische ruimtelijke ”vervuiling”. Op een oude site zoals Groot Zeeland in het rivierengebied met (vroeger) potentieel overstromingsgevaar, geeft het geen pas van deze traditie af te wijken.

Met het bouwen van de garage op de terp sluit men aan op historisch traditie en landschappelijke eenvoud en ruimtelijke helderheid. Het geheel vormt een ruimtelijke en cultuurhistorisch item, in samenhang te bewaren. Het zou jammer zijn dat dit verhaal in de toekomst niet meer verteld kan worden als gevolg van de zwakke knietjes van lokale politici.

 

Woensdagmiddag 5 mei a.s. wordt door de Heemkundekring De  Duffelt/Heimatkundeverein Die Düffel e.V. het boek ‘Oorlogsgeweld in de Ooijpolder’, samengesteld door Cea van Dillen-Janssen en Ton van Dillen, gepresenteerd in boerderij ‘De Plak’ in Ooij. Helaas is het in verband met corona niet mogelijk om een openbare boekpresentatie te organiseren.
Het boek is, na de boeken over Millingen, Kekerdom, Leuth en Beek, de vijfde in de serie over de omstandigheden en gevolgen van Operatie Market Garden voor de inwoners van de Duffelt.
Tot september 1944 waren de oorlogsjaren in de Ooijpolder voor de meeste bewoners tamelijk rustig verlopen. Uiteraard moesten zij zich (met tegenzin) houden aan de bevelen van de bezetter maar slechts enkele gezinnen waren getroffen door traumatische gebeurtenissen. Toen op 17 september dan ook de geallieerden de polder introkken, dachten zij de oorlog goed te zijn doorgekomen. Zij konden zich in de verre verste niet voorstellen dat de oorlogsellende nu pas voor hen begon.
Langs de lijn van een dagboek en in langere en kortere verhalen zijn in dit 240 pagina’s tellende en rijk geïllustreerde boek de belevenissen, de hoop en wanhoop, de saamhorigheid en doorstane angst te lezen.
Hoe zij voor de bombardementen moesten schuilen, de talrijke evacuees uit Nijmegen gastvrij onderdak en eten gaven, het oorlogsfront op en neer zagen gaan. Hoe hun boerderijen en huizen werden verwoest, dorpsgenoten door bommen en granaten werden gedood, en hoe zij met een schamel bezit zelf moesten evacueren naar het bevrijde Brabant en afhankelijk werden van de goedheid van wildvreemden, terwijl hun polder onder water werd gezet. En hoe zij, tenslotte, nadat zij in de droge polder waren teruggekeerd,   met enorme veerkracht hun boerderijen en buurtschappen hebben opgebouwd en hun normale leven konden hervatten.
‘Oorlogsgeweld in de Ooijpolder’ kost in de (boek)winkel € 15 en bij  voorintekening  t/m 5 mei € 12,50.
Ledenprijs Heemkundekring De Duffelt. € 12.50
Hoe te bestellen?
Voorintekening: maak € 12.50 over per boek op
rekeningnummer NL64 RABO 0134 4025 88 t.n.v. Heemkundekring De Duffelt met vermelding van uw naam en adres. Het boek kunt u na betaling
op 5 mei tussen 15.30 en 17.00 uur ophalen bij boerderij ‘De Plak’, Leuthsestraat 2 in Ooij of vanaf 6 mei bij Paul Remy, Prinses Irenestraat 3 Ooij.
Vanaf 6 mei is het boek is verkrijgbaar voor € 15.- bij de heemkundekring De Duffelt: Primera Beek   n Millingen, Spar Ooij en Leuth, Supplement
Beek, Wijnkoperij Jos Peters Beek en in de boekhandels in de omgeving.

Persbericht oorlogsgeweld in de Ooijpolder

Beek was vanouds een grensdorp. Na de Tweede Wereldoorlog is een deel dat voorheen Duits gebied was tot de gemeente Beek-Ubbergen gaan behoren. In het Keteldal, tussen Beek en Berg en Dal staat sinds het begin van de 20e eeuw een grenspaal met de tekst: “Laat Vriendschap heelen, wat Grenzen deelen”.

Deze grenspaal in het Keteldal ligt aan de N-70 route, precies op de voormalige grens Nederland- Duitsland. Je kunt hem ook vriendschapspaal noemen omdat twee van de vier wijzers zo’n dichterlijk tekst bevat.

Er zijn verscheidene generaties grenspalen geweest door de tijd heen. Op de site/beeldbank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wordt gemeld dat er al sprake was van een grenspaal in 1909.

In het Keteldal werd al decennialang de landsgrens gemarkeerd door natuurstenen grenspalen. Het ontstaan van een houten grenspaal is een heel ander verhaal. De houten grenspaal is een burgerinitiatief. De paal is er gekomen tijdens de opkomst van het toerisme, de toename van mobiliteit en de opkomst van de commerciële fotografie. Vanuit het westen van het land werd Beek bekend om er te recreëren in pensions in Berg en Dal en Beek. Daartoe nam men de tram vanaf station Nijmegen. Met het bergspoor eindigde de tram bij hotel Groot Berg en Dal, in Berg en Dal. Veel mensen wandelden in de omgeving en zochten de grens op om zich te laten vereeuwigen door met de paal op de foto te gaan. Ook kochten mensen een ansichtkaart om het thuisfront daarvan op de hoogte te stellen. In het weiland in het Keteldal stonden diverse fotografen op zonnige dagen te wachten op clientèle. Deze fotografen brachten hun eigen paal mee. Er stond een keetje met koek-en-zopie, heel vergelijkbaar met het volksvermaak op de Sterrenberg.

In de loop der jaren nam het binnenlands toerisme af en in 1955 reed in Nijmegen de laatste tram. Lijn 2 naar Beek en Berg en Dal met bergspoor werd opgeheven en de brug over de Van Randwijckweg werd opgeblazen. Ook andere toeristische attracties verdwenen.

 De grenspaal echter doorstond de tand des tijds.

Er is nog steeds een grenspaal. Er zijn meerdere generaties grenspalen geweest, zelfs gemaakt van grillige takken met schors. Ook bovenaan de Van Randwijckweg heeft er een gestaan. Waarschijnlijk is door het ontstaan van het toeristisch platvorm en volhardend initiatief van plaatselijke liefhebbers van het fenomeen ‘vriendschapspaal’ uiteindelijk de paal ontstaan in zijn huidige hoedanigheid. De eerste generaties palen kenmerkten zich niet door de poëtische tekst op de paal. De huidige tekst heeft er zeker aan bijgedragen dat geleidelijk aan de naam ‘vriendschapspaal’ ontstond.

De paal staat waar hij hoort te staan, n.l. op de oude grens tussen Nederland en Duitsland. Dus op een historische plek in het Keteldal. De stenen grenspalen die daar liggen getuigen daarvan.

Grote schoonmaak april 2021

Waarom koesteren zoveel mensen deze grenspaal? Het is in de eerste plaats een geliefd markeringspunt in de N70-wandelroute en vanwege dit succes heeft het ook een broertje gekregen. Rechts van het Wylerbergmeer en tussen het Meertje aan de grens met Duitsland is een duplicaat verrezen. Vermeldingswaardig is ook dat de voorganger van de huidige grenspaal negen maanden in Bonn heeft gestaan op een expositie ter bevordering van de vriendschapsband Duitsland – Nederland. Dezelfde expositie met onze grenspaal heeft daarna ook in het Rijksmuseum in Amsterdam gestaan.

De huidige versie van de paal is ontstaan op initiatief van Monument & Landschap. Deze werd vervaardigd en geschonken door een scheidend bestuurslid van de Stichting. De feestelijk onthulling volgde op zaterdag 23 maart 2002 en zorgde ook nog voor enige hilariteit, omdat een dochtertje van een van onze bestuursleden tijdens een moment van stilte uitriep: ”Papa, de kleuren van de Duitse vlag staan op hun kop geschilderd op de paal!” En ze had gelijk!

De paal heeft inmiddels een eigen kadastrale aanduiding.

Het bovenstaande relaas betreft de paal zelf. Maar de paal staat op een perceel. Het heeft veel voeten in de aarde gekost maar de paal heeft rust gevonden op kadastraal perceel Ubbergen B 4906 en is 106 vierkante meter groot. Honderd jaar lang is de paal gedoogd op grond van de familie Van Boldrik. Architect W. van Boldrik, samenwerkend met de bekende Oscar Leeuw, was betrokken bij de bouw van meerdere villa’s in Beek. Hij kocht rond 1900 grond aan voor wat later project ‘Mooi Nederland’ is gaan heten. Als iemand een landhuis wilde bouwen dan kon dat. De nieuwe eigenaar kocht een kavel van de architect en de villa’s werden vaak gebouwd onder architectuur van Van Boldrik. Nazaten van de architect hebben genoemd perceel overgedragen aan de Gemeente Berg en Dal. De gemeente wilde aanvankelijk liever geen eigenaar worden van het perceel (10x10m.) rondom de paal, maar toen ze het om niet konden krijgen naast het pad waar ze wel belangstelling voor hadden, was de deal rond en werd daarmee een collectief belang gediend.

Foto’s: periodieke schoonmaak door leden van M&L

Gesteund door vrijwel alle erfgoedorganisaties in onze gemeente – waaronder ‘Monument & Landschap’ en ‘Behoud Dorpsgezichten Groesbeek’ – heeft Erfgoedorganisatie Heemschut Gelderland medio januari dit jaar het College van B & W van Berg en Dal verzocht het voormalige politiebureau in Groesbeek, Molenweg 31, op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Dit verzoek is inmiddels gehonoreerd.

Het gebouw dreigde nl. te worden gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex.

De erfgoedorganisaties van Berg en Dal – en inmiddels ook een aantal verontruste burgers uit de buurt – zouden dit sterk betreuren. Heemschut c.s. zijn tegen afbraak – ze willen juist herontwikkeling van het markante gebouw tot appartementencomplex, aangevuld met nieuwbouw op het achterterrein aan de Molenweg.

Hun argumenten zijn: het betreft hier een pand van bijzondere architectuur, dat stedenbouwkundig gezien markant is gelegen aan de entree van Groesbeek op de rand van de stuwwal en dat als voormalig politiebureau van bijzondere betekenis is voor de sociaal-maatschappelijk geschiedenis van Groesbeek als grensdorp: vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Het voormalige politiebureau werd in 1937/38 gebouwd als marechausseekazerne. De architect is zeer waarschijnlijk de toenmalige gemeentearchitect van Groesbeek P.J. Leenders geweest. Het pand vertoont kenmerken van zowel de Amsterdamse School als het Nieuwe Bouwen: een fors volume met strakke gevels waarin mooi gedetailleerde (originele) kozijnen en deuren, een hoge, markante met pannen gedekte kap en rondom brede dak-overstekken. Ook de gekozen steen, de kleur en het metselverband zijn typerend voor openbare gebouwen uit de jaren Dertig van de 20e eeuw. Veel overheidsgebouwen uit die periode zijn zogezegd familie van elkaar. (Vergelijk het uit dezelfde tijd daterende politiebureau uit Neede en de bekende Generaal de Bonskazerne in Grave).

Het complex is ontworpen met kantoren en andere lokaliteiten op de begane grond en drie dienstwoningen op de eerste etage. Oorspronkelijk stond op het achterterrein ook nog een paardenstal met bovenwoningen. Die stal, later als garage sterk gewijzigd, is inmiddels afgebroken.

Al in 1996 werd aanwijzing van het politiebureau als gemeentelijk monument aan de orde gesteld door Ton Gijsbers, namens Bond Heemschut lid van de toenmalige Groesbeekse monumentencommissie. Dit samen met de drie r.k. kerkgebouwen van Groesbeek-dorp, Bredeweg en De Horst. Het voorstel werd aangehouden met als argument dat genoemde objecten op dat moment nog te jong waren voor plaatsing. Daarvoor gold de leeftijdsgrens van zestig jaar. De aanwijzing van de drie kerken als gemeentelijk monument gebeurde uiteindelijk wel na het jaar 2000; over het politbureau werd niet meer gesproken …

Najaar 2016 werd in het Erfgoedberaad van de nieuwe gemeente Berg een Dal geconstateerd dat een aantal karakteristieke panden en objecten in vrijwel alle kerkdorpen gevaar liep te worden afgebroken. Dit o.a. vanwege buitengebruikstelling, verwaarlozing, komende verkoop, enz.  In dat rijtje stond opnieuw het politiebureau!

Daarom werd in februari 2017 een gezamenlijke lijst met deze bedreigde panden en objecten aan het toenmalige College van B &W aangeboden met de bedoeling dat ze na beoordeling zouden worden beschermd door plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst. En weer bleef het stil …

Medio januari van dit jaar bleek bij navraag de betreffende lijst niet bekend te zijn op het gemeentehuis. Gelukkig was in het archief van enkele erfgoedorganisaties een kopie bewaard gebleven. Snel volgde nu de gemotiveerde aanvraag t.b.v. de monumentenstatus voor het voormalige politiebureau. Bijna gelijktijdig was er echter ook een aanvraag tot herontwikkeling van het complex: lees afbraak t.b.v. nieuwbouw op de tafel van het College terechtgekomen.

Het College van B & W vroeg vervolgens aan het gerenommeerde M.A.B. (Monumenten Advies Bureau Nijmegen) om een oordeel/rapport over de ‘monumentwaardigheid’ van het politiebureau. Na de positieve uitspraak hierover door het M.A.B. en het eveneens uitgebrachte positieve advies tot plaatsing door het Gelders Genootschap, dat als huidige monumentencommissie van Berg en Dal fungeert, besloot het College alsnog de procedure tot aanwijzing van het vroegere politiebureau tot gemeentelijk monument, aangezwengeld door Heemschut-Gelderland, door te zetten. Dit uit het oogpunt van ‘algemeen belang’.

Het resultaat is nu de plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst.

Vanuit de erfgoedorganisaties in Berg en dal worden College en Raad van Berg en Dal binnenkort opgeroepen nu snel voortgang te maken met de beoordeling van de al in 2017 ingediende lijst met bedreigde panden en objecten. Met als vervolg een procedure tot aanwijzing als gemeentelijk monument.

Zeker nu de conjunctuur weer aantrekt en projectontwikkelaars/bouwondernemingen staan te trappelen om aan de slag te gaan op de woningmarkt, is verscherpte waakzaamheid t.a.v. bedreigingen voor ons gebouwde erfgoed dubbel op zijn plaats. Eenmaal verloren blijft verloren.

Niemand wil het toch op zijn geweten hebben dat onze karakteristieke dorpskernen, straten en pleinen door onzorgvuldig genomen beslissingen, laksheid op bestuurlijk niveau of gewoon door algemene onverschilligheid t.a.v. de leefomgeving gaandeweg hun karakter verliezen. Er is – ook in het recente verleden – al te veel verloren gegaan in onze mooie gemeente. Waarvan acte!

Ton Gijsbers

– senior bestuurslid Heemschut Gelderland

– oud-voorzitter Monument & landschap Berg en Dal

NB: Het komt regelmatig voor dat de Stichting Monument & Landschap benaderd wordt door burgers of door organisaties met de vraag een verzoek tot instandhouding van een monument te ondersteunen. De Stichting kan niet altijd een inhoudelijk advies geven, alleen al door gebrek aan tijd. Toch kunnen we wel voorstellen van andere organisaties beoordelen en ondersteunen. Soms is zo’n “duwtje” vanuit de maatschappij net voldoende om de politiek over een drempel heen te helpen.

 

 

 

De gemeente Berg en Dal is voornemens om tot een aanpassing te komen van het bestemmingsplan, ten behoeve van een Toeristisch Opstappunt (TOP). Concreet betekent dit een parkeerterrein van 80 of meer auto’s, een stalling voor (te huren) fietsen en natuurlijk ook enige vorm van horeca, een koek-en-zopietent of erger. Stichting Monument en Landschap is faliekant tegen verdere verstedelijking aan de randen van  dit prachtige en betrekkelijke kleine stukje natuur.

Planologische blunder in wording

Het is een aantasting van het open landschap en overschrijding van de vanzelfsprekende scheiding die de Rijksweg N325 aanbrengt tussen het verstedelijkt gebied aan de zijde van het dorp Beek en het open natuurlijke landschap van de Ooijpolder aan de andere zijde van de weg en is bovendien in strijd met de Structuurvisie waarin deze locatie is opgenomen als: Behoud van openheid. Er is geen enkele planologische aanleiding om medewerking te verlenen. Een TOP voor de polder staat voor een prettige logistieke hulp om een aantrekkelijke omgeving te vrijwaren van gemotoriseerd verkeer, van waaruit men al wandelend of fietsend het landschap kan verkennen. Die mogelijkheid ligt al op een steenworp afstand: het ruime parkeerterrein bij het Wylerbergmeer waar nauwelijks gebruik van wordt gemaakt!

In het verleden is door de gemeente al wat ‘weggegeven’ op deze locatie. Ten onrechte is toen toegestaan een bedrijfswoning te bouwen bij een tuinderijtje. Vroeger kon je een bedrijfswoning krijgen als je toezicht nodig had bij een volwaardig agrarisch bedrijf. Later is er een burgerwoning gekomen onder voorwaarde van sanering van de tuinderij. De woning hoort daar dus eigenlijk niet in het open landschap, is dus een misplaatst cadeautje geweest en zou geen aanleiding mogen zijn voor nadere ontwikkelingen die strijdig zijn met de kwaliteit van het landschap en ondermijnend aan de voorzieningenstructuur elders. Alleen omdat het door een partij als ontwikkellocatie is gekocht!

De Ooijpolder als landelijke huiskamer voor stedelijkheid

Sinds jaar en dag wordt de Ooijpolder gretig bezocht door mensen uit het ommeland en ver daarbuiten en de bestemming wordt steeds populairder lijkt het.  Dat is niet voor niets, het geheel, de optelsom van rivier, de polder en de machtige stuwwal op de achtergrond met daarop een mooie stad, vormt een landschappelijk theater eerste klas. Aankomst is goed geregeld middels een prachtige dijk en vertakkende landelijke paden en wegen als logistieke kapstok. In het theater is gezorgd voor een natje en een  droogje, uw jas wordt aangenomen en een overnachting kan ook. Het lopen en fietsen van de stad en het dorp naar de herberg, de oever, de openheid en weer terug is fijn van verhouding en geneugten.

De strategie om de ruimtelijke en natuurlijke aantrekkingskracht, nu en voor volgende generaties te behouden, moet sec gericht zijn om in dit kleine en bescheiden gebied letterlijk zo weinig mogelijk te willen en de vraag te stellen bij elke actie: ‘wat wil ik overhouden? Het consumeren van het mooie is aantrekkelijk voor gewin, maar de koek is te klein. Nu lijkt het erop dat overheden slechts gericht zijn op het bijna kritiekloos accommoderen van wat zich aan initiatief aandoet zonder zich af te vragen of het nodig is en/of er al in is voorzien? Dus absoluut niet doen!

 

 

 

De nieuwsbrief van onze Stichting is weer verschenen. U kunt hem via onderstaande link lezen.

NB 2020 nov nr 79 A5 (1)

De stichting Monument en Landschap in de Gemeente Berg en Dal heeft ten doel het bevorderen van het behoud en de versterking van cultuurhistorische, landschappelijke en karakteristieke waarden in het gebied van de Gemeente Berg en Dal en de aangrenzende gemeentes.

Om dit doel te bereiken zijn er verschillende soorten activiteiten : het mee-organiseren van de jaarlijkse open monumentendag, de toekenning en uitreiking van de erfgoedprijs, het aanbieden van wandelroutes langs monumentale plaatsen, en daarnaast het bewaken van de monumentale en landschappelijke waarden bij nieuwbouw of verbouw, of bij verandering van het gebruik van terreinen in een kenmerkende landelijke omgeving.

Naast onze website met actuele onderwerpen, geeft de Stichting ook viermaal per jaar een digitale Nieuwsbrief uit.

In het bestuur van de Stichting Monument en Landschap zijn enkele vacatures. Wij zoeken naar inwoners van de gemeente Berg en Dal, met enige voorkeur uit de kernen Millingen, Ooij en Groesbeek. Kennis van de cultuurhistorie en visie daarop zijn gewenst. Daarnaast zoeken we iemand met een juridische achtergrond. Het bestuur vergadert ca 8 maal per jaar; tussentijds is er intensief overleg per mail.

U kunt uw belangstelling melden aan: secretaris@monumentenlandschap.nl

 

Stichting Monument en Landschap reageert op sturing gemeente Berg en Dal richting Lange Paol:

‘Enig juiste plek voor uitkijktoren is De Sterrenberg’

Niet-nagekomen beloften, moeizaam overleg, tegenwerking, miscommunicatie en argwaan. Wat betreft herbouw van de uitkijktoren op De Sterrenberg heeft Stichting Monument en Landschap Berg en Dal (M&L) het allemaal voorbij zien komen. De maat is vol, de stichting M&L gaat terug naar het beginpunt : een toren op De Sterrenberg, een toren in en voor Beek. Ze roept de gemeente Berg en Dal en eigenaar Terwindt op hetzelfde te doen.

De Sterrenberg in Beek is sinds 1909 een toeristische trekpleister met thee-/pannenkoekenhuis met speeltuin van maatschappij Mooi Nederland, met erheen leidende wandelpaden die in 1852 al op kaarten voorkomen. In 1938 wordt bij de horeca-uitspanning een uitkijktoren van 17 meter hoogte neergezet. De hout- en staalconstructie trekt veel mensen naar de berg en is een geliefd foto-object. De tram van Nijmegen naar Berg en Dal stopt hier voordat hij over het viaduct bij de Van Randwijckweg verder gaat naar eindpunt hotel Berg en Dal. Maar dan komt de klad in deze uitspanning.

Overeenkomsten

Na aankoop van De Sterrenberg door de heer Terwindt is de stichting M&L vanaf het begin van diens bouwplannen waakzaam, opdat Beek niet zou worden beroofd van een toeristisch pareltje. Die waakzaamheid is niet overbodig want meteen na zijn aankoop zet de heer Terwindt in februari 2001 al hekwerk rond zijn terrein waardoor openbare wandelpaden worden afgesneden. De stichting M&L reageert binnen een week en stuurt de gemeente een brief om te handhaven ‘zodat dit ontsierend bouwwerk zo spoedig mogelijk wordt verwijderd’. Ook de heer Terwindt krijgt een brief waarin de stichting aankondigt ‘alles in het werk te stellen om de geldende bestemming voor het terrein te doen behouden, het hekwerk te laten verdwijnen en de wandelpaden weer open te stellen’. De toon is gezet.

Maar de eigenaar is van goede wil, getuige zijn belofte op 25 november 2002 aan de adviescommissie Wandelroute Sterrenberg: “Ik ben op voorhand bereid om voldoende budget beschikbaar te stellen voor het verplaatsen en restaureren van de uitkijktoren.”

Op 10 december 2003 sluit de stichting M&L met de heer Terwindt een overeenkomst waarin is opgenomen dat de stichting akkoord gaat met zijn bouwplannen, op voorwaarde: dat de heer Terwindt zich verbindt aan het behoud en in stand houden van de paden op De Sterrenberg, dat hij uitzichtpunten herstelt en dat hij zorgdraagt voor heroprichting van de toren. Verder ondersteunt hij de intentie van stichting M&L om de toren op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst te krijgen. In deze overeenkomst staat klip en klaar wat de heer Terwindt te doen staat.

De toenmalige gemeente Ubbergen heeft op 7 maart 2006 een soortgelijke overeenkomst met de eigenaar gesloten; als de heer Terwindt de afspraken niet nakomt hangt hem een boete van 500.000 euro boven het hoofd. Omdat de toren op Terwindts terrein komt te staan, zou deze 12 dagen per jaar voor publiek toegankelijk zijn. Dat zijn de uitgangspunten voor de nieuwe situatie op De Sterrenberg: drie partijen die hetzelfde nastreven.

Toren verdwenen

Om de bouwplannen van de heer Terwindt mogelijk te maken wordt de toren in juli 2007 gedemonteerd en in opslag gelegd bij Thoonen Constructiebouw BV. Maar dit bedrijf gaat failliet, met verregaande gevolgen voor de toren.

Stichting M&L slaat op 20 augustus 2013 bij de gemeente alarm dat de toren is vernietigd ondanks al haar waarschuwingen aan de heer Terwindt om er goed op te passen. Waar gemeente en stichting M&L hun toezeggingen steeds nakomen, ‘blijft Terwindt stelselmatig in gebreke’. De toren staat er niet, de uitzichtpunten zijn niet gerealiseerd en de verlegde wandelpaden worden niet tot matig onderhouden. “De conclusie is daarom gerechtvaardigd dat de heer Terwindt de buit binnen heeft en dat hij kennelijk verder lak heeft aan voorzieningen voor de gemeenschap van Ubbergen.” Stichting M&L vindt de gang van zaken ‘volstrekt onaanvaardbaar’ en roept de heer Terwindt tot de orde.

Volgens het Bossche advocatenkantoor Banning heeft zijn cliënt Terwindt de curator van Thoonen Constructiebouw BV nog zó op het hart gedrukt goed voor de toren te zorgen, maar deze curator is – volgens de advocaat – slordig geweest. De toren gaat uiteindelijk in 2013 naar BVA Auctions en is daar geveild, krijgt stichting M&L als reactie te horen.

Tegenwind

Ook in 2013 vraagt het bestuur van de Stichting Thornsche Molen de heer Terwindt of hij de herbouw van de molen financieel wil ondersteunen; als tegenprestatie zal de Stichting Thornsche molen proberen de op de heer Terwindt rustende verplichting de toren te herbouwen ongedaan gemaakt te krijgen bij de gemeente. ‘Een cultuurhistorische molen heeft een enorme meerwaarde boven een toren die maar 12 keer per jaar open mag’, luidt de motivatie voor deze ondermijnende actie. Als protest roept stichting M&L de Ubbergse gemeenteraad en burgemeester en wethouders op ‘zich niet te lenen voor dit soort onbetamelijke praktijken’. De heer Terwindt luistert naar de roep uit de polder en komt met tonnen over de brug. Gevolg: de molen kan worden herbouwd, maar zonder toezeggingen ten koste van de Sterrenbergtoren.

Samen apart

De jaren vliegen voorbij, maar tot een toren komt het steeds maar niet. Er komen een nieuwe gemeente, nieuwe gemeentebesturen, nieuwe wethouders en nieuwe bestuursleden bij de stichting. Wat niet verandert is dat gemeente en stichting samen blijven optrekken om de toren op De Sterrenberg gerealiseerd te krijgen. Zelfs een gang naar de rechter zeggen ze niet te schuwen. Samen spreken ze dezelfde taal in de richting van de heer Terwindt. Tot eind 2017. In oktober ligt de vraag op tafel of de heer Terwindt iets mag toevoegen aan de overeenkomsten van 2003 en 2006: of hij de toren mag bouwen buiten zijn terrein.

Keerpunt 2018

Na de verkiezingen in maart 2018 neemt de nieuw aangetreden wethouder Visser het hoofdpijndossier De Sterrenbergtoren over. Zij betracht voortvarendheid en wil, zoals ze in januari 2018 in de krant zegt, ‘de stem van de polder laten klinken’. Gaandeweg de gesprekken met stichting M&L blijkt hoezeer zij die belofte wil waarmaken. Het blijkt een keerpunt voor project Sterrenbergtoren, amper een half jaar nadat de heer Terwindt zei af te willen van de torenlocatie bij hem voor de deur.

Vanaf dan lijkt de gemeente de toren alleen nog ergens anders te willen, en in samenspraak met de heer Terwindt -met buitensluiting van stichting M&L- een eigen koers te varen. In het begin van het jaar meldt de gemeente tijdens een overleg allerlei locaties te hebben bekeken en al twee mogelijk geschikte plekken te hebben gevonden: bij De Lange Paol in de Millingerwaard en bij De Vossenberg, allebei gebieden die worden beheerd door Staatsbosbeheer.

Vanaf dat moment raakt de zaak Sterrenbergtoren in een ‘stroomversnelling’, in die zin dat de stichting onder toenemende druk wordt gezet om af te zien van De Sterrenberg en om genoegen te nemen met een andere plek. Staatsbosbeheer keurt De Vossenberg als locatie af, de Lange Paol lijkt steeds meer het enige alternatief te worden. Om toch énigszins het stuur in handen te houden is stichting M&L, mede op verzoek van de gemeente Berg en Dal, bereid mee te denken over alternatieven en daar ook tijd en onderzoek in te steken.

Eind 2018 komt stichting M&L met rapport ‘Zicht op Landschap’ waarmee locaties in zowel Het Hoog als Het Laag onderzocht zijn op geschiktheid om een toren te plaatsen. Staatsbosbeheer keurt sommige plekken af, de gemeente is het met enkele andere niet eens. De gemeente vraagt tijdens een overleg met stichting M&L om ‘het aantal opties terug te brengen tot 1 of 2 zeer kansrijke locaties en die zelf op haalbaarheid te onderzoeken’. De ‘overblijvers’ zijn uiteindelijk locaties bij de Lange Paol en het Wylerbergmeer.

Fuik?

Het lijkt een fuik geweest te zijn, want door aan de zoektocht mee te willen werken is kennelijk bij gemeente en de heer Terwindt de schijn gewekt dat stichting M&L afziet van De Sterrenberg en instemt met Het Laag. Erger nog: dat zij instemt met de Lange Paol, de locatie die het verst van Beek af ligt en voor de gemeente zelf al sinds het begin van 2018 de grote favoriet is.

Eenmaal, ja eenmaal in al die jaren is stichting M&L met het moede hoofd in de schoot overstag gegaan: op 2 november 2018 schrijft ze aan de gemeente dat ze ‘zou willen afzien van de locatie omgeving Sterrenberg en zou willen kiezen voor een opstelling in Het Laag’. Waarom deze betreurenswaardige uitglijder? Om de volgende redenen: hoge bomen op de berg verminderen het uitzicht, 12 dagen per jaar toegankelijkheid is niet veel, bouw op deze plek is nog steeds onzeker, een toren elders kan er sneller staan, het lange dossier dient eindelijk te worden afgesloten.

Koren op de molen

In ‘Zicht op Landschap’ zijn veel uren gestoken die wetenswaardige informatie hebben opgeleverd. Niettemin is het alleen voor de gemeente en de heer Terwindt een bruikbaar en nuttig rapport gebleken. Koren op de molen zogezegd. Zij hebben er namelijk ten onrechte het bewijs in gezien dat de genoemde locaties ten volle gedragen worden door stichting M&L die daarmee dus de Sterrenbergtoren laat vallen. Met ‘Zicht op Landschap’ heeft stichting M&L zich kwetsbaar opgesteld.

Twee reacties in 2018 van de heer Terwindt en wethouder Visser vallen op.

De heer Terwindt laat tijdens een overleg met de gemeente  weten bereid te zijn mee te werken aan herbouw van “zijn” toren in Het Laag, bij de Lange Paol. ‘De locatie nabij het Wylerbergmeer vindt hij minder geschikt’, meldt de gemeente. Voor hem lijkt een toren op zo groot mogelijke afstand van zijn huis en ver weg van Beek de enige uitweg uit het labyrint. Op 12 maart 2019 zegt de heer Terwindt tegen de gemeente bereid te zijn de kosten van de quick scan te betalen voor een onderzoek dat moet uitwijzen of een toren bij de Lange Paol -hij zegt dat plan te kennen- mogelijk is. Eerder meldde hij al zo’n 70.000 tot 100.000 euro te willen bijdragen in de (her)bouwkosten op die plek.

Wethouder Visser is verbaasd dat ‘Zicht op Landschap’ zelfs locaties in Het Laag noemt terwijl stichting M&L zich altijd alleen voor Het Hoog heeft uitgesproken. De wethouder doet het voorkomen alsof deze studie van stichting M&L gelijkstaat met een besluit. Even pijnlijk is het dat de wethouder stichting M&L er openlijk van beschuldigt het idee van de Lange Paol gepikt te hebben van Staatsbosbeheer. ‘De gemeente heeft zich aan deze onjuiste voorstelling van zaken gestoord.’ Ze meldt deze verbazing onder meer aan Staatsbosbeheer en het Berg en Dalse college en kondigt aan dat ze stichting M&L daarop zal aanspreken.

De wethouder maakt twee fouten: ten eerste is de Lange Paol door stichting M&L in haar brede zoektocht alleen genoemd als mogelijke locatie voor een toren (kennelijk is dat een goede locatie want anderen bevelen deze ook aan) en heeft de stichting nergens de intentie gehad wiens idee dan ook te stelen laat staan met de veren daarvan te gaan pronken. Ten tweede stelt de wethouder steevast in het openbaar dat Staatsbosbeheer de initiatiefnemer is voor de uitkijktoren (Skybox genoemd) bij de Lange Paol. Het is evenwel geen project van Staatsbosbeheer, maar van bewoners uit de omgeving. Stichting M&L vindt de openbare terechtwijzing van de wethouder niet alleen onterecht maar ook ongepast, want gebaseerd op onjuiste feiten.

Redoutes

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog stonden er uitkijktorens in de omgeving van de Waal. Geschat wordt dat er vanaf Gorinchem tot fort Schenkenschanz (Dld) 54 van zulke toren, redoutes genoemd, stonden die samen de verdedigingslinie van Prins Maurits vormden. Stichting Onze Waal heeft plannen om (een deel van) deze torens weer op te richten, onder meer in de Millingerwaard in de buurt van de rivier. Dat meldt de wethouder op 5 november 2018 tijdens een overleg met Staatsbosbeheer. Een maand daarna beslist het college van Berg en Dal dat deze plannen niet worden gekoppeld aan herbouw van de ‘Terwindt-toren’, zoals deze intussen wordt genoemd.

Stichting M&L vindt dat de gemeente consequent moet zijn: de bouw van een toren bij de Lange Paol heeft net zo min als de redoutes van doen met herbouw van de Sterrenbergtoren. Bij de Lange Paol gaat het om een wens van omwonenden, die er echter het geld niet voor hebben. Ze kloppen bij de heer Terwindt aan, die hen welgevallig is en bereid is er een ton in te steken. Dat is prima, maar kan hem niet ontslaan van de verplichting om de Sterrenbergtoren te herbouwen. De gemeente dient daarom ook deze Lange Paol-toren niet te koppelen aan de Sterrenbergtoren.

Toezegging raad

Veel wegen en zijwegen zijn er sinds 2007 bewandeld om de toren op zijn oorspronkelijke plek te krijgen. Het heeft geleid tot pseudo-oplossingen, tot ongewenste afleiding van de zaak. De stichting trekt de handen af van elke medewerking aan een andere plaats dan De Sterrenberg en houdt gemeente en de heer Terwindt aan de gemaakte overeenkomsten. Het is kortweg zoals de motie van de raadsfractie Voor Berg en Dal van 12 december 2019 luidt: als er voor de toren geen alternatieve plekken gevonden worden op de stuwwal in Beek, gelden de gemaakte afspraken. De burgemeester: “De toezegging is gedaan dat er geen procedures aflopen of onomkeerbare besluiten worden genomen”.

Bij Omroep Gelderland spreekt de wethouder in januari 2020 nog uit dat zij denkt dat de toren terugkomt op de Sterrenberg. Enkele maanden later -op 4 maart 2020- wordt stichting M&L uitgenodigd door wethouder Visser waarin een (niet-openbaar) besluit wordt toegelicht en de stichting voor een voldongen feit wordt geplaatst.

Tijdens dit overleg geeft de wethouder namelijk aan ‘dat de voormalige gemeente Ubbergen in 2015 de locatie (voor de Sterrenbergtoren) al had opgegeven en voor een geldelijke compensatie (van de heer Terwindt) wilde gaan’. De opstelling van Ubbergen wordt gedeeld door opvolger Berg en Dal, blijkt in hetzelfde gesprek van maart. “Omdat de gemeente Ubbergen en later de gemeente Berg en Dal de locatie niet meer wilde ontwikkelen, is er in overleg met stichting M&L vanaf 2016 naar alternatieven op de stuwwal gezocht.” Stichting M&L is onaangenaam verrast door dit ‘nieuws’ en wil anno 2020 het besluit boven tafel hebben wanneer en waarom de beide gemeenten de Sterrenbergtoren allang als locatie geschrapt hebben. En waarom dat aan niemand is bekendgemaakt. Temeer omdat de gemeente aan de provincie nog moet verantwoorden waarom ‘realisatie op de stuwwal een onmogelijkheid is’, zoals door de gemeente is geantwoord op schriftelijke raadsvragen.

Toekomst

Om herbouw van de toren op De Sterrenberg mogelijk te maken, dient de gemeente volgens de Raad van State (uitspraak 2014) alleen nog maar archeologisch onderzoek te doen. Een dergelijk onderzoek is namelijk nodig omdat er voor de fundering van de toren vier stalen buizen van 8 meter lengte de grond in worden gedreven. Wanneer uit onderzoek blijkt dat er archeologisch niets van waarde in de bodem zit, staat niets de herbouw op die plek meer in de weg. Dezelfde rechter oordeelde in 2008 al dat de privacy van omwonenden niet wordt geschaad wanneer er een toren komt staan.

Bestemmingsplan ‘Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen’ is op 27 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Ubbergen en is onherroepelijk. De locatie van de Sterrenbergtoren ligt in dit gebied. Zelfs het plekje waar de toren kan komen is specifiek op kaart aangeduid, net als het pad dat er vanaf de Oude Bosweg heenleidt.

Over de uitkijktoren is in het bestemmingsplan opgenomen dat de gronden primair bestemd zijn voor de ontwikkeling en het behoud van een openbaar toegankelijke uitkijktoren. Over het toegangspad staat vermeld dat de gronden primair bestemd zijn voor het behoud van de aanwezige openbaar toegankelijke wandelpaden. Volgens de kadastrale kaart liggen het toegangspad en de torenlocatie op gronden van de heer Terwindt die niet-openbaar zijn. Dat is in strijd met het bestemmingsplan. Stichting M&L overweegt dan ook bij de gemeente Berg en Dal een handhavingsverzoek in te dienen.

Foto: Henk Baron

Donderdag 17 september verzorgt Anneke Nolet een lezing naar aanleiding van haar boek “Vrouwen en verzet in het Rijk van Nijmegen 1940-1945 in antiquariaat Supplement te Beek Ubbergen. Bij dezen nodigen wij u hiervoor van harte uit.

Na de oorlog is over verzetsmannen het nodige geschreven, maar over verzetsvrouwen nauwelijks – op enkele heldhaftige vrouwen na aan wie een biografie is gewijd. Deden vrouwen niet aan verzet of waren ze onzichtbaar? Werd hun werk niet op waarde geschat of…? Vrouwen en verzet. In het Rijk van Nijmegen 1940-1945 voorziet in deze lacune. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen in Nijmegen en omgeving wel degelijk van meet af aan betrokken waren bij verzetsactiviteiten, dat ze zich gedurende de oorlog inspanden voor bijna alle soorten verzetswerk en zelfs deel uitmaakten van de plaatselijke verzetstop. Uiteengezet wordt waarom deze structurele bijdrage van vrouwen aan het verzet zo onbekend is. Zeven biografieën over verzetsvrouwen uit Nijmegen en omgeving vormen de opmaat voor de beschrijving van ruim 125 bij het Nijmeegse verzet betrokken vrouwen. 75 jaar na de bevrijding krijgen ze erkenning. Het werd tijd.

Anneke Nolet zal haar lezing tweemaal houden, eenmaal om 19.30 uur en nog een keer om 21.00 uur. Om een en ander veilig te kunnen organiseren vragen we u zich aan te melden voor de lezing. Dat kan via email info@supplementboek.nl of via de winkel.

plaats:             antiquariaat Supplement, Van Randwijckweg 2 te Beek Ubbergen

datum:             donderdag 17 september

tijd:                  19.30 en 21.00 uur

info:                 www.supplementboek.nl en/of info@supplementboek.nl

 

Ineke Huilmand-Jansen uit Beek kreeg vrijdag 3 juli als Lid in de Orde van Oranje Nassau de koninklijke versierselen opgespeld door haar dochter. Sinds 24 april wist ze al dat het de Koning behaagd had haar te onderscheiden, maar de coronacrisis was het nog niet tot uitreiking van het lintje gekomen.

Huilmand-Jansen is sinds 1971 vrijwilliger bij de EHBO-vereniging in Beek. Voor deze vereniging is ze niet alleen EHBO’er, maar ook secretaris, collectant en hulp bij de pleisteractie van de kerk. “Zelfs heeft u bij uw woning een EHBO-post, en dat is best uitzonderlijk vandaag de dag”, memoreerde burgemeester Mark Slinkman van de gemeente Berg en Dal.

Daarnaast was Huilmand ook 20 jaar lid van het kerkbestuur in Beek. Ze was ook lector en collectant. Ze heeft zich bijzonder sterk gemaakt voor de restauratie van het Lindsenorgel. Ze was de voorzitter van de stichting Red de monumentale Sint-Bartholomaeuskerk. “Eind 2015 was de kerk nog niet aan de eredienst onttrokken”, vervolgde de burgemeester. “Helaas is dat nu anders, maar daar hebben we het nu niet over. Maar we denken er allebei hetzelfde over. Je was onmisbaar als terriër in het kerkbestuur.”

Huilmand was verder bestuurslid en coördinator bewegen bij de reumavereniging. Ook is ze sinds 2013 vrijwilligster bij het Repair Café Beek. Memorabel is ook dat zij jarenlang optrad als begeleider van een echtpaar dat als bootvluchteling uit Vietnam naar Nederland kwam. Voor Stichting Monument en Landschap bleek ze van veel waarde tijdens de organisatie van Open Monumentendag in De Refter, toen ze desgevraagd het oude uniform van Notre Dame des Anges passend had gemaakt.

Behalve Ineke Huilmand kregen deze vrijdag in de tuin van hotel-restaurant De Wolfsberg nog vijf personen het lintje dat hoorde bij de benoeming Lid in de Orde van Oranje Nassau. Het waren Anke de Coole-Feenstra uit Groesbeek, Nico Berenbroek uit Groesbeek, Henk Derksen uit Berg en Dal, Bart Lelie uit Millingen aan de Rijn, en pater Willem Spann uit Tilburg. De burgemeester liet -om voldoende afstand te kunnen houden- het opspelden van de lintjes steeds over aan familieleden van de gedecoreerden.

 

Tekst en foto’s: Henk Verhagen.