Wederopbouwarchitectuur in de gemeente Berg en Dal, deel 9:  Ooij Na de verwoesting van de Thornsche Molen met molenaarshuis aan de Kapitteldijk, op de grens van Wercheren en Leuth, kreeg de derde generatie molenaars van de familie Vierboom de kans om in Ooij een nieuwe start te maken. Op 18 januari 1954 kon door Jan Vierboom en zijn vrouw Mimi Vierboom-Thonen de eerste steen gelegd worden voor een electrisch aangedreven graanmaalderij met woonhuis aan de Hezelstraat/hoek Kruisstraat. Voor het ontwerp van het bedrijfscomplex werd uitgegaan van een boerderij van het type kop-hals-romp: woonhuis en bedrijfsgedeelte zijn verbonden door een lagere tussenbouw (zie onder andere ook: boerderij Eindsenhof, Erlecomseweg 80 Erlecom en boerderij De Roeyen, Weverstraat 79 Kekerdom).  Het onderkelderde bedrijfsgedeelte is voorzien van een zijaanbouw en heeft een laad- en losperron aan de zijde van de Hezelstraat. Onder het perron bevindt zich, op manshoogte, het zgn. "vul-vat" waarin het graan gestort werd. De houten deuren van het bedrijfsgedeelte zijn onlangs op basis van de bouwtekeningen in oude staat hersteld. Inwendig, achter het laadperron, bevindt zich rechts het voormalige kantoortje van de maalderij (later diepvriesinrichting en garage), dat zich nog in originele staat bevindt. De voordeur van het woonhuis, dat sinds de bouw weinig wijzigingen heeft ondergaan, heeft een houten pannengedekte luifel. De voormalige elektrische maalderij is sinds enige tijd is in gebruik bij de firma Verriet. De later aangebouwde varkensstallen aan de achterzijde zullen binnen afzienbare tijd verwijderd worden. Mevrouw Vierboom- Thonen is in februari 2014 gestorven. Mede onder invloed van de steenfabrieken, die in de wederopbouwtijd overuren maakten, steeg het inwonertal van Ooij vanaf 1950 sterk. Andere factoren, die in dit verband al eerder vermeld werden, waren het (doen) verdwijnen van de diverse buurtschappen en het concentreren van de bevolking Ooij, Hezelstraat 12. Voormalige maalderij met woonhuis "De Thornsche Molen", 1954. Arch. H.G. van den Boogaard. Ooij, Prinses Beatrixstraat 53b, deel van de vm lagere school, op 3 januari 1964 als "Veni Creator-school" ingewijd door pastoor Gerrits. Ontwerp architect Th. Boosten, Maastricht, 1962. De naam is inmiddels gewijzigd in Basisschool "Op Weg". Van het oorspronkelijke gebouw is de rechtervleugel in 2003 afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Ontwerptekening voor de nieuwe lagere school van Ooij, Th. Boosten 1962. Bouwarchief gemeente Ubbergen. Maastricht, Sint Annakerk (bovenste) en daaronder Valkenburg, Kerk OLV van Altijddurende Bijstand, Th.Boosten "Leven in de Ooijpolder", gepolychromeerd reliëf aan de vm. klokkentoren van de Veni Creator- school, uitgevoerd in schokbeton naar ontwerp van de Limburgse kunstenaar Rob Stultiens, 1964. Ooij, Prins Bernhardstraat 3, Dorpshuis "De Sprong", architect R.G. Rodenburg 1962-63. Ooij, oorlogsmonument bij de begraafplaats aan de Kerkdijk. Zandstenen reliëf met voorstelling van Sint Joris en de draak van de hand van Jac Maris, 1948. Gemeentelijk monument. in geselecteerde kernen, waarvan Ooij voor het westelijk deel der Ooijpolder de belangrijkste werd geacht. Nadat er in de eerste wederopbouwperiode voornamelijk gebouwd was in traditionele stijl, leek er vanaf het einde van de jaren '50 draagvlak te ontstaan voor meer gedurfde architectuur in het dorp. Voor schoolgebouwen was na de oorlog geleidelijk een voorkeur ontstaan voor gebouwen met veel licht en ruimte en voorzien van aparte gemeenschappelijke ruimtes. Lagere scholen waren veelal van het gang-type, waarbij de klaslokalen naast elkaar aan een gang lagen. Voor de nieuwe lagere school, met in eerste instantie 8 klaslokalen, werd door de (vooral door zijn kerkelijke ontwerpen) bekende Maastrichtse architect Theo Boosten (1920- 1980) een ontwerp geleverd. Deze had in 1953 het architectenbureau van zijn vader Alfons Boosten voortgezet, nadat hij in Delft en New York zijn opleiding had genoten. In meerdere werken van zijn hand is een voorliefde te herkennen voor concave/convexe gevels en tentvormige daken/gevelafsluitingen. Het langgerekte bouwwerk van de school in Ooij, in beton- en holle bouwsteenconstructie, heeft ter linkerzijde een schuin eindigend paviljoen (nu in gebruik bij Sportcentrum Morgen-Fit) met glazen ingangspartij en voorzien van een half vrijstaande gemetselde toren waarin de schoolbel. Rechts daarvan een speels ingedeelde gemetselde middenbouw met opeenvolgende klaslokalen met asymmetrische vensterindeling, afgesloten door een glazen uitbouw in tentvorm. Aan de klokkentoren bevindt zich een bijzonder voorbeeld van gevelkunst uit de wederopbouwtijd: Het dorp Ooij kent in de vorm van het in 1963 geopende Dorpshuis "De Sprong" een tweede voorbeeld van niet-traditionalistische wederopbouwarchitectuur. Hoewel interieur en exterieur in de loop ter tijd meermaals werden gewijzigd, is het bijzondere ontwerp van de hand van de Nijmeegse architect R.G. Rodenburg met name in de concave zuidgevel met siermetselwerk nog herkenbaar.