Wederopbouwarchitectuur in de gemeente Berg en Dal, deel 8: Ooij Nadat we op de vorige pagina’s aandacht hebben besteed aan de wederopbouw van Beek (deels) en Kekerdom en aan de totale verwoesting en nieuwbouw van Leuth, gaan we nu kijken naar de ontwikkeling van het dorp Ooij (Erlecom zou bij Ooij worden gevoegd) tot het "nieuwe centrum voor het westelijke poldergebied", zoals het Noodstreekplan dat in de jaren 1945-48 voor ogen had. Volgens de opstellers van het Noodstreekplan was het Land van Maas en Waal en in mindere mate het Rijk van Nijmegen een "achterlijk gebied" met beperkte bestaansmogelijkheden en geringe welvaart. De verwoestingen van de oorlog, hoe erg ook, boden kansen om (deels) al langer levende ideeën over het Nijmeegse ommeland om te zetten in een totaalvisie voor de gehele streek. De stad Nijmegen zou daar uiteraard van profiteren: het was de bedoeling om een einde te maken aan de (ook voor de oorlog al bestaande) woningnood en het bevolkingsoverschot. De wederopbouw van de Ooijpolder werd dus niet zonder bedoelingen voortvarend ter hand genomen. Het plan was om door agrarische intensivering (grote boerderijen) en industriële expansie (herstel en uitbreiding van de baksteenindustrie) niet alleen de streek uit haar isolement te verlossen, maar ook "het gebied een aandeel te geven in de algemeen noodzakelijke ontwikkeling van Nederland". Het aanzien van de dorpen moest wel "omhoog gebracht worden. Onordelijke en verspreide bebouwing dient in het landschap vermeden te worden". Goede verbindingswegen en de concentratie van de bevolking in geselecteerde dorpen waren een voorwaarde. De Erlecomse-weg werd verbreed om het vrachtverkeer van en naar de steenfabrieken te vergemakkelijken. De Sint Hubertusweg zou Ooij aansluiting geven op de Nieuwe Rijksweg en zo voor de noodzakelijke snelle verkeersverbinding zorgen. In Ooij zou het bestaande smalspoorlijntje omgelegd worden om meer woningbouw mogelijk te maken. Ooij zou weliswaar "een arbeidersdorp blijven", maar rond de kerk zouden meer winkels mogen komen en aan de zuidzijde van het dorp middenstandswoningen. De steenfabrieken werden zo snel mogelijk hersteld en in gebruik genomen, want voor de wederopbouw in de wijde omtrek moesten er voldoende bakstenen beschikbaar komen. Al direct werden er ook grote hoeveelheden holle bakstenen (perfora) geproduceerd: deze konden in de niet zichtbare delen van bouwwerken worden gebruikt ter besparing van grondstoffen. Er bevonden zich in november 1945, aldus een inventarisatie gemaakt door het Streekbureau Wederopbouw (tijdelijk gevestigd in Pension Boschlust te Berg en Dal) de volgende steenfabrieken in de Ooijpolder: -Steenfabriek "De Vlietberg", Ooij-Groenlanden -Steenfabriek "vh Rob. Janssen", Ooij -Steenfabriek "De Ooy", Ooij -Steenfabriek "De Bouwkamp", Ooij-Erlecom -Nieuwe Waalsteenfabriek "De Kleverberg", Ooij-Erlecom -NV Steenfabriek "Erlecom", Ooij-Erlecom -Steenfabriek "Kekerdom", Kekerdom  Voor de NV Steenfabriek Erlecom werd in 1946 een nieuwe locomotievenloods met werkplaatsen gebouwd naar ontwerp van H.G. van den Boogaard uit Nijmegen, in 1950 gevolgd door een nieuwe "bazenwoning" op de Erlecomsedam. Een nieuwe vlamoven met stalen spanten kwam er in 1956. Na herstel van de steenfabrieken (alle zeven steenfabrieken in de gemeente Ubbergen waren zwaar beschadigd) moesten er snel woningen gebouwd worden voor de fabrieksarbeiders. Reeds in 1946 konden er in Ooij-Erlecom zes arbeiderswoningen worden opgeleverd, naast noodwoningen en noodboerderijen. Afhankelijk van de beschikbaarheid van bouwmaterialen konden er in de daaropvolgende jaren meer arbeiderswoningen opgeleverd worden, in Julianalaan, Koningin Emmastraat, Rietvoorn-straat en Dr. Kochlaan, evenals aan de Erlecomseweg.   Een van de eerste grote boerderijen die herbouwd konden worden, is "Eindsenhof". De oorspronkelijke boerderij dateerde uit 1931 en was ontworpen door Willy van Boldrik. In 1947 werd de nieuwe boerderij met schuren opgeleverd naar ontwerp van architectenbureau Feenstra en Dinnissen uit Arnhem, gecoördineerd door het Bureau Wederopbouw Boerderijen. Eindsenhof is van hetzelfde boerderijtype als de eerder beschreven boerderijen Kraayenhof en Dijkhoeve (door hetzelfde architectenbureau), maar ligt met de voorgevel van het voorhuis niet naar de weg gericht. Overeenkomsten zijn de vlak eindigende tuitgevels (van Waalklinkers) en het hoge zadeldak op gesneden houten klossen. De vensters van Eindsenhof zijn naderhand alle vervangen, evenals de omlijsting boven de voordeur. In 1951 werd naar ontwerp van H.G. van den Boogaard nog een veldschuur toegevoegd met spanten van gewapend beton. Oude kern van het dorp Ooij langs de Hezelstraat, kadastraal minuutplan 1820. Later in de 19e eeuw, onder invloed van de baksteenindustrie, kreeg Ooij een nieuw centrum aan de andere zijde van de dijk. Herbouwplan voor het dorp Ooij, 1949. Uit: Noodstreekplan voor     Groot Maas en Waal, RAN. Ooij/Erlecom, Erlecomsedam 110. Bazenwoning NV Steenfabriek "Erlecom", arch. HG van den Boogaard 1950. Ooij, Dr. Kochlaan. Arbeiderswoningen vlak na de oplevering. Ooij, Dr. Kochlaan. Arbeiderswoningen uit de jaren 1946-48. Arch. J.A.J. van den Boogaard. Ooij/Erlecom, Erlecomseweg 80. Boerderij "Eindsenhof", arch. G. Feenstra en Th. Dinnissen 1947.