Wederopbouwarchitectuur in de gemeente Berg en Dal, deel 4: Leuth Het dorp Leuth heeft binnen de gemeente Ubbergen zonder twijfel het zwaarst te lijden gehad van niet alleen de oorlogshandelingen in september 1944 (Operatie Market Garden) en de inundatie gedurende de daaropvolgende winter, maar ook van de bevrijdingsacties in het kader van Operatie Veritable. Op 17 september 1944 vonden er, voorafgaand aan de luchtlandingen in het kader van Market Garden,  bombardementen plaats op Duitse stellingen in de Ooijpolder en de Duffelt. Hierbij werden in en om Leuth al de eerste boerderijen beschadigd of verwoest. In de dagen daarna tot de bevrijding van Beek (21 september) en het westelijke deel van de Ooijpolder (23 september) volgden er meer, waarna de geallieerde opmars stokte. Begin oktober was het gehele dorp zwaar beschadigd geraakt door beschietingen. Vervolgens ontstond er een frontlijn dwars door de polder, vanaf de Duivelsberg/Wyler via de Thorense Molen tot aan Erlecom. Evacuatie volgde, waarna Leuth vijf maanden lang frontgebied zou blijven. In februari 1945 vernielden Duitse troepen meerdere dijken, waardoor een enorm gebied onder water kwam te staan. 8 Februari startte Operatie Veritable. In maart 1945 troffen de eerste evacuees bij terugkeer een bijna compleet van de kaart geveegd dorp aan. Er stond vrijwel niets meer overeind. Alle wegen en dijken waren daarnaast kapotgeschoten of kapotgereden, dan wel door het water beschadigd. Overal waren granaat- en bomtrechters en lagen landmijnen. De landbouw had een enorme klap gekregen. In de gehele gemeente Ubbergen waren 3500 koeien, 2500 varkens, 6000 stuks pluimvee, 650 paarden en 250 schapen verdronken, gedood of weggevoerd. De meeste landbouwgereedschappen waren verdwenen.     De kern van Leuth bestond voor de oorlog uit het - iets verhoogd en naar achteren liggende- Kerkplein met de uit 1934 daterende Sint Remigiuskerk en de pastorie uit 1939 (ontworpen door de Nijmeegse architect H.C. van de Leur). Aan de overzijde lagen café-bakkerij-kruidenierswinkel van Rutten (ter hoogte van de huidige supermarkt) en café Vierboom (De Rosmolen). Aan de achterzijde van het plein, aan de Reusensestraat, bevonden zich de Sint Jozef lagere school en het Rooms-Katholiek Armenhuis, alsmede de onderwijzerswoning. Verspreid bevonden zich meerdere boerderijen, ambachtelijke bedrijven zoals een kruidenier, een timmerwinkel en  meerdere hoefsmeden, en sinds 1911 de boter- en kaasfabriek "De Duffelt" met melk- en zuivelhandel. Aan de Steenheuvelsestraat stond het schutterijgebouw "De Vriendenkring" . De belangrijkste doorgaande weg, de Heuvelschestraat (nu Steenheuvelsestraat), liep bochtiger dan nu. Buiten de kern lagen meerdere buurtschappen, zoals de Zandpol, Kraaienwald en De Thorensche Molen. Sinds het begin van de twintigste eeuw was het inwonertal gegroeid, mede door de opkomst van de baksteenindustrie. Toch was de bebouwing nog gespreid en waren er veel onbebouwde percelen, waarop zich bijvoorbeeld boomgaarden of akkers bevonden. De grote overstroming na de dijkdoorbraak van 1926 had grote schade aangericht, deze was voor een deel hersteld toen de oorlog aanbrak. In april 1945 werd door de rijksoverheid het "Nood-volkshuisvestingsbesluit" uitgevaardigd, waardoor het mogelijk werd om noodwoningen te bouwen. Een Koninklijk Besluit van 7 mei maakte versnelde wederopbouw mogelijk door onder andere buitenwerkingstelling van gemeentelijke bouwverordeningen. Door de verplichte toestemming van het Rijk bij elk wederopbouwplan konden prijsstijgingen voorkomen worden. Een College van Algemene Commissarissen besliste over elk bouwplan en regelde eventuele onteigeningen. Direct bij de terugkeer van de eerste evacués werden de vernielde woningen in onder andere Leuth provisorisch bewoonbaar gemaakt. De ramen werden dichtgetimmerd, daken plat afgedekt met hout en/of asfaltplaten. Het benodigde hout kwam van de kap van de woning. Alles werd hergebruikt, ook de spijkers werden eerst rechtgeslagen en opnieuw gebruikt. De noodwoningen die daarnaast in de gemeente Ubbergen op diverse plekken gebouwd werden, waren van sloop- en restmateriaal en bestonden uit slechts één bouwlaag. Sommige hadden éénsteens buitenmuren, andere waren van hout (zgn. Zweedse woningen, bestemd voor de grotere gezinnen). De dakbedekking was van riet of golfplaat ("asfalt"). In Leuth achter de lagere school kwam een langgerekte zogenaamde Zweedse barak. Hier vonden de kleuterschool en het verenigingsleven een tijdelijk onderkomen. Veel noodwoningen zijn in gebruik gebleven tot in de jaren zestig, enkele zijn nog langer in gebruik gebleven als stal. Het gemeentebestuur van Ubbergen, onder leiding van burgemeester P.M.H. Sassen, had samen met andere gemeenten in de regio na de oorlog een visie ontwikkeld voor de wederopbouw. Deze werd vastgelegd in het zogenaamd Nood-Streekplan voor Land van Maas en Waal en Rijk van Nijmegen, waarvan het eindrapport in 1948 verscheen. In oktober 1946 was reeds besloten om niet over te gaan tot herbouw van buurtschappen en andere verspreide         bebouwingsconcentraties. Het grootste deel van de bebouwing in Ubbergen diende zich voortaan te bevinden binnen zes vaste kernen. Dit hield in dat de Zandpol, Kraaienwald en De Thorensche Molen niet werden herbouwd. De bewoners zouden worden gehuisvest in nieuw te bouwen gemeentewoningen binnen Leuth en  Ooij. Erlecom mocht blijven bestaan, maar niet uigebreid worden. Dit gold ook voor Kekerdom, hoewel hier aanvankelijk wel plannen waren voor uitbreiding en vernieuwing. Leuth zou de belangrijkste kern worden in het oostelijk deel van de polder. Het dorp zou "beter en ruimer" herbouwd worden en een hoog voorzieningenniveau krijgen. Conform het Noodstreekplan zouden ook diverse wegen in de zwaarst getroffen delen van de gemeente worden verbreed en rechtgetrokken. Dit gold met name voor Leuth. De Steenheuvelsestraat werd rechtgetrokken, het Kerkplein werd verbreed en geëgaliseerd. Ook de bocht in de Kapitteldijk bij de verwoeste Thornsche Molen kwam bij de heraanleg van weg en dijk niet meer terug. De aansluiting van de Bredestraat op de Steenheuvelsestraat werd verbreed. Ook werden er nieuwe straten gepland. In 1946 werden de eerste vier nieuwe zogenaamde arbeiderswoningen in Leuth opgeleverd. Bewoners afkomstig uit het grotendeels verwoeste gehucht De Zandpol verhuisden vanaf 1946 geleidelijk naar arbeiderswoningen in Leuth. De Zandpol was een door de steenfabriek van Terwindt en Arntz gebouwde buurtschap. De bewoners waren als fabrieksarbeiders aangetrokken vanuit andere delen van het land. Veelal werden voor de herbouw van woningen voor de werknemers gratis metselstenen beschikbaar gesteld door de steenfabrieken, die door de wederopbouw ook nog eens veel meer nieuwe arbeidskrachten nodig hadden, waarvoor dan weer woonruimte gezocht moest worden . In Leuth werden in de Pastoor van Tielstraat en de Reusensestraat, alsmede in de Veldstraat, gemeentewoningen ('arbeiderswoningen") gebouwd in de traditionalistische stijl naar ontwerp van J.A.J. Van den Boogaard.  Zoals al vermeld in eerdere delen van deze serie over wederopbouwarchitectuur, verschilden de woningblokken onderling in detaillering. Zo werd er de ene keer gekozen voor plaatsing van de voordeur in de zijgevel, de andere keer aan de voorgevel. In alle gevallen waren er meerruitsvensters, geplaatst onder een boogfries met siermetselwerk. De dakkapellen waren van hout (sierlijk afgewerkt) of gemetseld met aparte tuit- of klokgeveltjes. Schuurtjes waren aangebouwd of vrijstaand.  Voor de particuliere herbouw was er echter een groot gebrek aan bouwmateriaal. Toch kwam ook deze in de loop van 1947 op gang. Leuth, Reusensestraat vóór de oorlog: rechts Sint Jozefschool,links R.K. Armenhuis. Het met klimop begroeide pand is de onderwijzerswoning van meester Hoens. Leuth, Steenheuvelsestraat 7, vml. Coöperatieve Stoomzuivelfabriek "De Duffelt". Architect M.A.M. Van den Boogaard 1911. Foto met dank aan Jan van Eck. Detail uit een tekening ten behoeve van de wederopbouw van Leuth. De rood gemarkeerde panden gingen door oorlogshandelingen geheel verloren. Blauwe panden waren zwaar beschadigd. Regionaal Archief Nijmegen