Wederopbouwarchitectuur in de gemeente Berg en Dal, deel 3, Kekerdom In de vorige nieuwsbrief is beschreven hoe het dorp Kekerdom vanaf september 1944 beschietingen, inundatie en evacuatie heeft doorstaan. Na de oorlog (na herstel en herbouw van de steenfabriek) nam de vraag naar baksteen sterk toe. Dit betekende veel werkgelegenheid en dus nieuwe woningen voor de fabrieksarbeiders en andere werknemers. Aan de Weverstraat kwamen in de jaren 1946-49 enkele woningwetwoningen, ontworpen door gemeentearchitect J.A.J. Van den Boogaard. Ze zijn vergelijkbaar met de eerder besproken arbeiderswoningen in Ooij. In latere jaren werden aan de Jan Arntzstraat en de Schouwenburgsestraat nog meer woningwetwoningen gebouwd. Kekerdom, Weverstraat met links arbeiderswoningen uit de eerste jaren na de oorlog (J.A.J. Van den Boogaard) en op de achtergrond boerderij De Roeyen.  Kekerdom, inzegening van een klaslokaal in de Sint Laurentiusschool Coӧperatieve Kaasfabriek "Onder Ons" in Kekerdom opgericht in 1903. Daarmee door pastoor J. van Elk, 1953. Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen. het oudste zuivelfabriekje in de streek. Foto met dank aan Jan van Eck. In Kekerdom bestond sinds 1920 het transportbedrijf van Hermann Haukes. Hermann was begonnen als werknemer bij de Coöperatieve Kaasmakerij “Onder Ons”. Deze coöperatie was opgezet door de Kekerdomse boeren. Hermann Haukes sr. uit Wyler had aldaar het kaasmaken geleerd toen hij solliciteerde naar bedrijfsleider/kaasmaker op "Onder Ons". Na fusering (in 1914) van "Onder Ons" met de zuivelfabriek "De Duffelt" in Leuth (gebouwd en in bedrijf genomen in 1911) zette Hermann Haukes één deur verder met een aantal boeren die hem na de fusie trouw waren gebleven, de "Dampfkäserei Haukes" op. Zelf van Duitse afkomst kende hij  de taal en de "weg" in Duitsland. Daar ging zijn afzet dan ook heen. Na faillissement van deze Käserei - in de slechte jaren twintig van de vorige eeuw -  startte hij weer één deur verder een transportbedrijf. Dit transportbedrijf groeide naarmate zijn negen zonen eveneens toetraden tot het bedrijf, Het transport van bakstenen uit de steenfabrieken werd de hoofdbezigheid. Na overname door de zonen Theo en Joep werden de activiteiten uitgebreid met grondverzet en weg- en waterbouw. Architectenbureau Van den Boogaard ontwierp de nieuwbouw/uitbreiding van het bedrijfspand, die in 1950 in gebruik werd genomen. Uit deze tijd dateren nog de woonpanden aan de Botsestraat 47-49 met enkele loodsen. De firma Haukes was na de steenfabriek de grootste werkgever in Kekerdom. Na het faillisssement in 1977 werd er een doorstart gemaakt als puur transportbedrijf. Uit deze tijd dateert het nog aanwezige kantoorgebouw aan de Botsestraat. Later is Haukes Transport verhuisd naar Bemmel. Kekerdom, Botsestraat 47-49 gezien vanaf de Weverstraat. Vml. terrein Haukes Transport met bebouwing door o.a. Architectenbureau Van den Boogaard. Foto P. Coenen Voor de herbouw van boerderij De Roeyen in Kekerdom (besproken in de vorige nieuwsbrief) werd een ontwerp gemaakt door het architectenbureau van Feenstra (Arnhem) & Dinnissen (Overasselt), in opdracht van het “Bureau Wederopbouw Boerderijen”. Dit Bureau was al in 1940 door de rijksoverheid opgericht om de herbouw van in de oorlog verwoeste boerderijen te coördineren. Met name in Gelderland, Noord- en Midden-Limburg en delen van Noord-Brabant was het Bureau Wederopbouw Boerderijen actief. Met het oog op de voedselvoorziening werden boerderijen in de regel zo snel mogelijk hersteld/herbouwd. Het BWB liet noodwoningen en noodstallen bouwen, nam de schade op, stelde richtlijnen vast voor de wederopbouw, toetste de architectenkeuze, beoordeelde de bouwplannen en bestekken van meer dan 8000 wederopbouwboerderijen, verzorgde de aanbestedingen, hield toezicht op de werken en regelde de financiering. Het BWB bleef actief tot 1956. Detail uit voorbeeldblad voor ramen en deuren, i.o.v. Bureau Wederopbouw Boerderijen geleverd voor de herbouw van boerderij Dijkhoeve van de familie Vierboom. Architectenbureau Feenstra & Dinnissen 1947. Door het BWB werd, aan de hand van gegevens over de verwoeste boerderij en stallen, bepaald hoe groot de nieuwbouw mocht worden en hoeveel de klant zelf diende te financieren. Van overheidswege ontving de boer een financiële tegemoetkoming.  De boeren konden in principe zelf een architect voor de wederopbouw aanwijzen, maar lieten deze mogelijkheid vaak over aan het BWB. Tekeningen voor de wederopbouw en bijbehorende bestekken, waarvoor in verband met toenemend geld- en materiaaltekort steeds meer richtlijnen werden opgesteld, moesten door het BWB worden goedgekeurd voordat plaatselijke aannemers met de bouw konden beginnen. Het stond voorop dat eenvoudige, maar doelmatige gebouwen zouden ontstaan die een efficiënte eigentijdse bedrijfsvoering mogelijk maakten. De criteria waarop men vooral lette, waren de verbetering van de bedrijfshygiëne en brandveiligheid en een efficiënte indeling. De vormgeving van de modernisering leunde architectonisch echter op traditie. Aanvankelijk was het de bedoeling om streekeigen karakteristieken van de verwoeste vooroorlogse boerderijen te verwerken in de nieuwbouw, maar dit plan werd mede door tijd- en materiaalgebrek al snel verlaten. Een zekere eenvormigheid is dan ook het gevolg geweest bij de herbouw van boerderijen. Toch bleef er oog voor detail. De klant had de mogelijkheid om te kiezen uit een aantal standaardvoorbeelden van boerderijen. Ook was er een voorbeeldblad van (aardig gedetailleerde) deuren en ramen. Veelal werd gebruik gemaakt van kostenbesparende materialen als holle baksteen (perfora) voor de vloeren en schokbeton voor stalramen.  In bepaalde regio's (zoals de Noordoostpolder) werd daarnaast gebruik gemaakt van prefab-onderdelen en montagebouw. Tenslotte kregen de herbouwde boerderijen vaak op de gevel een opschrift met de oorspronkelijke naam in roomwitte belettering. In het gebied rond de Duffeltdijk, tussen Kekerdom, Erlecom en Leuth, staan drie in opdracht van het BWB door Feenstra & Dinnissen gebouwde boerderijcomplexen. Het betreft Kraayenhof, Eindsenhof en Dijkhoeve.   Duffeltdijk 1, boerderij Kraayenhof, architectenbureau Erlecomseweg 80, boerderij Eindsenhof, architectenbureau Feenstra & Dinnissen 1947. Foto P. Coenen Feenstra & Dinnissen, 1947. Foto P. Coenen Zowel Kraayenhof als de andere twee boerderijcomplexen hebben kenmerken van de Delftse School-stijl (tuitgevels, schouderstukken, gootlijst op klossen). De voorgevel heeft een uitspringende pilasteromlijsting. Daarnaast zijn er streekeigen kenmerken toegepast, zoals de Duffeltse U-vorm. Kraayenhof (naar de veldnaam) heeft een fraaie ligging in de lengte van de dijk, waardoor de ritmische verdeling van de ramen en lisenen in de stalgevels goed te zien is.  De vooroorlogse situatie bij boerderij Eindsenhof (in het verleden ook wel aangeduid met de veldnaam Eindjeshof) was als volgt. De broers Willem en Bertus Jeuken hadden elk een boerderij op het perceel, nl. boerderij Valkenburg en boerderij Eindsenhof.                                   Uit: Jan van Eck. Historische Atlas van Ooijpolder en Duffelt. Eindsenhof brandde twee keer af, in 1891 en in 1930. In 1931 werd de boerderij herbouwd door Willy van Boldrik. Een deel van de schuren dateert nog uit die tijd, de rest ging in oktober 1944 in vlammen op. Op de oude afbeelding hierboven is te zien dat de eerdere boerderij op een pol heeft gelegen. Ook boerderij Valkenburg werd in 1944 verwoest. Willem Jeuken bouwde na de oorlog een nieuwe boerderij genaamd Eindsenhof op ongeveer dezelfde plek, maar iets dichter bij de weg. Bertus liet zijn boerderij niet herbouwen, maar bouwde later wel een bungalow verderop aan de Erlecomseweg (thans genaamd “De Berken”). Boerderij Eindsenhof heeft een kop-hals-romp-indeling. Het woonhuis heeft tuitgevels met schouderstukken (afgeleid van de Delftse School-stijl). Net als Kraayenhof heeft Eindsenhof een pilasteromlijsting boven de voordeur gehad, deze is helaas verdwenen. Ook de meerruitsvensters zijn vervangen. In 1951 werd naar ontwerp van H.G. van den Boogaard een veldschuur bijgebouwd met spanten in gewapend beton. Steenheuvelsestraat 3, boerderij Dijkhoeve, architectenbureau Feenstra en Dinnissen 1948. Foto uit 1950 (met dank aan Jan van Eck) Dijkhoeve werd in 1948 gebouwd ter vervanging van de in oktober 1944 verwoeste boerderij van de familie Vierboom. De oude boerderij dateerde uit 1933 en stond iets verder naar het westen, in de bocht naar de Duffeltdijk. Het woonhuis met tuitgevel, schouderstukken en de twee schoorstenen vertoont weer duidelijke kenmerken van de Delftse School. De oorspronkelijke gevelindeling met meerruitsvensters (later vervangen) is op de foto uit 1950 goed te zien. De roomwitte letters “Dijkhoeve” waren toen nog niet aangebracht. De schuur links was de varkensschuur en had niet om esthetische redenen een schoorsteen: in de stal werd de varkenspot gekookt. De varkensschuur en het woonhuis waren verbonden door een muur met poort.  De koeienstal achter het woonhuis is later deels afgebrand en in andere vorm herbouwd.  Voor de varkensstal zijn de moestuin en de fruitboomgaard nog aanwezig. Aan de Duffeltdijk zijn twee voorbeelden te vinden van een ander, ook elders in Gelderland vaak toegepast type boerderij. Beide zijn gebouwd naar ontwerp van architect Willy van Boldrik uit Beek.   Duffeltdijk 4 (Grada-Hoeve) en 6, architect W. van Boldrik 1949. Foto P. Coenen Beide boerderijen werden op de oude grondslag herbouwd na de verwoesting in 1944 en hebben een schilddak. De voorgevels hebben een centrale voordeur met bovenlicht en geprofileerde lijsten en aan weerszijden een meerruitsvenster (ook geprofileerd). Aan de Duffeltdijk 12 stond voor de oorlog de boerderij Keulse Hof, verwoest op 4 oktober 1944. Het huidige pand draagt dezelfde naam.  Aan de weg staat een transformatorhuisje, gebouwd in de wederopbouwtijd in opdracht van de PGEM ten behoeve van de stroomvoorziening van onder andere het verdwenen gehucht De Zandpol.  Men moet zich voorstellen dat de plaatsing van de nieuwe trafohuisjes (zie ook in Kekerdom aan de Weverstraat) na de oorlog het eind markeerde van jaren ellende in primitieve omstandigheden. Het trafohuisje is van een iets rijker gedetailleerd type dan gebruikelijk. Het heeft een segmentbogige deuropening, die via een trapje bereikbaar is, en een overstekend dakje.  Het gehucht De Zandpol, door bewoners ook wel Zandbult genoemd, bestond uit elf huizen en had een toegangsweg naar de Duffeltdijk. Het werd in september 1944 dagenlang beschoten met granaatvuur. In de jaren 60 is het gehele gehucht inclusief pol gesloopt. Duffeltdijk bij nr. 12, transformatorhuisje PGEM. Foto P. Coenen Klik hier om naar deel 4 te gaan Het aantal kinderen op lagere school-leeftijd in Kekerdom nam in deze periode zodanig toe, dat de oude school aan de Weverstraat (naast het Dorpshuis) te klein werd. Kekerdom, vml. lagere school aan de Weverstraat, rechts van het Kekerdom, Schoolstraat 7, Sint Laurentiusschool, ontw. Ch.H.B. Estourgie 1957. Dorpshuis. Foto Jan van Eck Ansichtkaart uit 1965. Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen. Aan de Schoolstraat 7 werd in 1957 de nieuwe Sint Laurentius Lagere School geopend. Het ontwerp van de nieuwe school was van C.H.B. Estourgie, gemeentearchitect van Bemmel en een van de zoons van de bekende Nijmeegse architect Charles Estourgie. Het werd een ruime lichte school met grote ramen aan de voorzijde en kleine ramen aan de achterzijde. De voor die tijd vooruitstrevend grote raampartijen in combinatie met de traditionele dakvorm heeft de architect ook in andere ontwerpen toegepast, bijvoorbeeld in de voormalige Dr. Ariëns Technische School in Lichtenvoorde.  Via de entree met bordes (aan de achterzijde) bereikte men een centrale hal.  De klaslokalen lagen hieromheen. Inwendig werd gebruik gemaakt van betonnen spanten en segmentbogen. Uitwendig was de gevel deels afgewerkt met handgevormde bakstenen, deels met houten rabatdelen. De school was tot voor kort nog grotendeels in oorspronkelijke staat. Onlangs werd achter de oude school het nieuwe Kulturhus geopend, waarin vier klaslokalen onderdak hebben gekregen. De oude school aan de straatzijde zal uitwendig in hoofdvorm bewaard blijven en gebruikt gaan worden als dorpshuis. De geveldetaillering en een deel van het interieur zullen daarbij helaas grotendeels verloren gaan. De dakspanten blijven wel in het zicht.