Wederopbouwarchitectuur in de gemeente Berg en Dal, deel 18 Grensperikelen in Beek vóór en na de oorlog In de jaren 30, na de machts-overname door de NSDAP in Duitsland, ontstonden er in Nederlandse grensplaatsen spanningen met de Duitse autoriteiten. Vrij snel na 1933 was er reeds sprake van een 'vluchtelingen-vraagstuk' en werd de grens-bewaking aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grenzen versterkt en uitgebreid. In Beek, waar de Nederlands-Duitse grens door het Keteldal en aan de zuidzijde van de Rijksstraatweg (in het Duitse deel 'Mösschenbergsche Strasse' geheten) liep, leidde dit tot een prikkeldraadafzetting aan de Nederlandse kant van de straat. Hierdoor raakten niet alleen de bewoners van de buurtschap Smorenhoek geïsoleerd, maar vertroebelden ook de goede verhoudingen tussen 'Nederlandse' en 'Duitse' bewoners van de weg. En dat terwijl de meesten hetzelfde 'Platt' spraken. Onmiddellijk na de vernielingen van Joodse winkels en eigendommen in de nacht van 9 en 10 november 1938 (later aangeduid als de 'Reichskristallnacht') was de internationale verontwaardiging zeer groot en leek men zich plotseling meer bewust van het dreigende gevaar van het regime in Duitsland. Opvang van en hulp aan de sterk toegenomen stroom Joodse vluchtelingen werd echter vooral op plaatselijk initiatief georganiseerd. In de gemeente Ubbergen bood burgemeester Prosper Sassen de Jeugdherberg (gevestigd in Villa Overberg, Rijksstraatweg 3) aan als opvanglocatie. De rijksoverheid stelde zich echter zeer terughoudend op, om de Duitse regering niet tegen het hoofd te stoten. Zo ontving burgemeester Sassen op 12 november een brief van Procureur-Generaal van Politie De Visser uit Arnhem met de volgende instructie: "in het algemeen dient de grens (…) ook voor deze nieuwe vluchtelingen gesloten te blijven". Eerder schreef De Visser al het volgende: "Een vluchteling zal voortaan als een ongewenscht element voor de Nederlandsche maatschappij worden beschouwd". Ondanks protesten van kerkelijke en maatschappelijke organisaties bleef de houding van de Nederlandse regering afwijzend tegenover het opvangen van Duitse (Joodse) vluchtelingen. Vanaf april 1939 werd het voor alle grensgemeenten verplicht om alle vluchtelingen te registreren en op te geven aan de rijksoverheid. Intussen verzette burgemeester Sassen zich tegen de toenemende Duitse propaganda aan de grens. Omdat het 'gebruik van onderscheidingstekenen van de NSDAP' in Nederland bij wet verboden was (en hij er zelf bovendien een hartgrondige hekel aan had), weigerde hij vergunningen aan Duitse muziekkorpsen en schutterijen. In juli 1939 werd het ook de Hitlerjugend verboden om, na het meelopen in de Nijmeegse Vierdaagse, nog enkele dagen geüniformeerd door de omgeving van Nijmegen te marcheren. Duitse automobilisten werd bij de 'Rijksdoorlaatpost Beek' gevraagd om partij- emblemen (hakenkruis-vlaggetjes) van hun voertuig te verwijderen. In 1937 ontving Sassen echter tot zijn ongenoegen hierover een 'aanschrijving' van het Departement van Justitie: grensgemeenten werd dringend aangeraden om 'uit overwegingen van internationale hoffelijkheid' te stoppen met deze maatregelen. Na de Duitse inval (in de nacht van 9 op 10 mei 1940) worden er onmiddellijk maatregelen van kracht. Op het gemeentehuis worden de eerste affiches bezorgd met mededelingen van de bezetter. Burgemeester Sassen, zelf woonachtig in Villa Beukenheim (Rijksstraatweg 50 Ubbergen), blijft de gehele oorlogsperiode op zijn post. Hij en zijn vrouw verwelkomen in september 1944 de eerste geallieerden en zetten zich vervolgens in voor het in goede banen leiden van de evacuatie en re-evacuatie. Mevrouw Sassen- Jurgens is enige tijd voorzitster van de Hulp Actie Roode Kruis (HARK), gevestigd in het Noodziekenhuis Waalheuvel (Rijksstraatweg 24 Ubbergen).   Brief aan burgemeester Sassen inzake de  bouw van een nieuw douanekantoor in Wyler,  met NSDAP-stempel van het Oberfinanzamt  Düsseldorf, 12 juli 1938 (Archief gemeente  Ubbergen / RAN inv.nr. 1447)  De Rijksstraatweg in Beek rond 1910. In het  midden het Nederlandse douanekantoor. Het  pand links zal, evenals het grootste deel van  het hart van Beek, in september 1944  verwoest worden. Fotocollectie RAN F66627  Rijksdoorlaatpost Beek, 1948, na de wederopbouw van de verwoeste panden van Peters (bloemisterij Semperflorens; café). Fotocollectie Nationaal Archief