Wederopbouwarchitectuur gemeente Berg en Dal, deel 1 De laatste jaren is er in ons land meer belangstelling voor de wederopbouwtijd, de periode van herstel tijdens en na de oorlog. De Wederopbouw omvat niet alleen het herbouwen van verwoeste dorpen, steden en infrastructuur, maar ook bestrijding van de woningnood, stadsuitbreiding en herstel van economie en industrie.   In 2008 werden  101 gebouwen uit de periode 1940-1958 erkend als rijksmonument.  De gemeente Nijmegen wees in 2011 een aantal panden uit deze periode in de binnenstad aan als gemeentelijk monument. Heemschut heeft  per provincie een lijst uitgegeven van nog te beschermen panden, woonwijken en ensembles uit de naoorlogse periode. Bij een aantal van deze objecten is het helaas niet gelukt ze te behouden. Waarom is het van belang om architectuur, stedenbouw en landinrichting uit de tijd van de wederopbouw  te beschermen? Ontwerpen uit deze periode weerspiegelen het optimisme van die tijd, er vond intensieve samenwerking plaats tussen verschillende disciplines en er was - ondanks de verwoesting en ellende van de oorlog - juist veel aandacht voor details en materiaalgebruik.  Men probeerde niet zo snel mogelijk iets uit de grond te stampen, maar dacht goed na over de praktische kant en probeerde een gebouw of woonwijk ook echt leefbaar  te maken. Wel werd er in verband met tijdsdruk en materiaalschaarste soms gebruik gemaakt van prefab onderdelen van stampbeton en werden vloeren vaak gelegd met holle baksteen (perfora). In het zicht blijvende elementen waren daarentegen altijd van hoogwaardige materialen.  Er was - vooral in de vroeg in de oorlog verwoeste steden, zoals Rhenen en Wageningen, en ook in de eerste jaren na de oorlog - een voorkeur voor herbouw in traditionalistische stijl. De voor de oorlog gebruikte Delftse School-stijl werd deels voortgezet.  Wat later ontstond er ook ruimte voor meer modernistische ontwerpen. Zo is het wederopbouwplan van de stad Nijmegen (waarvoor reeds in 1944 na het vergissingsbombardement in opdracht van de NSB de eerste plannen gemaakt werden) een compromis geworden tussen traditionalisme en vernieuwing. Dit is ook duidelijk terug te zien in de binnenstad van Nijmegen, waar  de verschillende stijlen elkaar afwisselen, maar het stratenpatroon her en der drastisch gewijzigd is ten behoeve van het groeiende verkeer en de bereikbaarheid. Aan het einde van de wederopbouw-periode kreeg bij de volkshuisvesting de druk om zo veel mogelijk woningen op te leveren de overhand en werden er veel  nieuwbouwwijken gebouwd met steeds minder detaillering en meer eenvormigheid. Daarentegen werd in deze periode in individuele ontwerpen wel meer de blik gericht op vernieuwing en won het functionalisme terrein. Tijdens  Operatie Market Garden ( september 1944), het  in de winter van 1944/45 steeds wisselende front  en vervolgens tijdens Operatie Veritable (vanaf februari 1945) tot aan de definitieve bevrijding in mei  1945, zijn er in de hele gemeente Ubbergen  121 woonhuizen, 36 boerderijen, 15 winkels en café's, een school en een bejaardentehuis volledig verwoest. De buurtschap De Thornsche Molen (met de enig overgebleven kokermolen van Nederland) werd compleet van de kaart geveegd. Daarnaast waren er 6 kerken, 5 hotels, 4 scholen, 7 steenfabrieken en meerdere wasserijen zwaar beschadigd. Het totale aantal verwoeste en beschadigde panden bedroeg rond de duizend. De infrastructuur was vrijwel compleet vernietigd.  Mensen leefden in Leuth en De Duffelt door de watersnood van 1926 deels al voor de oorlog in noodwoningen en tijdens de oorlogsjaren kon er weinig onderhoud verricht worden in verband met de bouwstop en gebrek aan grondstoffen/arbeidskrachten. Begin  oktober 1944 pas werd het grootste deel van de bevolking van Ooijpolder en Duffelt geëvacueerd. Na Operatie Market Garden bleef  dit gebied grotendeels in handen van de Duitsers  en kwam het vervolgens door inundatie volledig onder water te staan. Tijdens Operatie Veritable volgden nog meer zware verwoestingen.  In mei 1945 werd de Wederopbouwwet uitgevaardigd. Deze bevatte landelijke regelingen met betrekking tot bouwprogramma's van de gemeenten. Voor ieder bouwprogramma was goedkeuring vereist van het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting.  Door materiaalschaarste en gebrek aan kapitaal en arbeidskrachten duurde het nog enige tijd voordat de eerste noodmaatregelen getroffen konden worden. In de gemeente Ubbergen woonden in december 1945 nog veel mensen in onverlichte en onverwarmde huizen, deels zonder ramen en met lekkende daken. De gemeente Ubbergen wilde bij de wederopbouw zoveel mogelijk vermijden dat de nieuwbouw zich teveel ging verspreiden buiten de oorspronkelijke kerkdorpen. Eerst werden vanaf begin 1946 in Leuth, Ooij,  en Beek noodwoningen, noodboerderijen                    en noodstallen gebouwd. Hiervoor werd deels hout gebruikt, deels steen.  Voorrang werd verleend aan de zwaarst getroffen gezinnen, men diende hiertoe een urgentieverklaring aan te vragen. In 1946 werden in Leuth, Ooij-Erlecom, Kekerdom, Ubbergen en Beek ook de eerste  "arbeiderswoningen" op gemeentegrond opgeleverd, bekostigd door het Rijk . Zoals ook in veel andere Gelderse dorpen het geval was bij vroeg-naoorlogse zgn. woningwetwoningen, waren  het  2 aan 2 geschakelde, soms boerderijachtige woningen met elk een kleine aangebouwde, soms vrijstaande  berging, die ook dienst kon doen als varkenshok. De woningen hadden veelal diepe erven, geschikt voor gebruik als moestuin. In Beek staan er van dit type woningen in de Bongerdstraat, Van Voorst tot Voorststraat en Colonel Ekmanstraat en in Ubbergen aan de Ubbergensdijk. In Leuth vindt men ze aan de Steenheuvelsestraat, Veldstraat en Reusensestraat, in Ooij aan de Dr. Kochlaan, Koningin Julianalaan,Koningin Emmastraat en de Rietvoornstraat. Tenslotte in Kekerdom aan de Weverstraat.  Er werd speciaal op gelet dat de woningen niet allemaal exact hetzelfde werden. Er is veel aandacht besteed aan de detaillering van de deuren, de meerruitsramen  en de overkappingen boven de voordeur. Bij alle woningen ziet men siermetselwerk boven de ramen en fraai vormgegeven dakkapellen. In de Dr. Kochlaan in Ooij (even zijde, nummers 28 t/m 56) en aan de Reusensestraat in Leuth (oneven zijde, nummers 13 t/m 19) hebben de dakkapellen klokgeveltjes gekregen, hetgeen de woningen een vriendelijke uitstraling geeft. De arbeiderswoningen werden ontworpen door gemeentearchitect J.A.J. van den Boogaard (1904- 1973). Vermoedelijk werd in de ontwerpen rekening gehouden met het in 1946 gepubliceerde "Bouwprogramma voor arbeiderswoningen in Gelderland", alsmede (voor wat betreft afmetingen en indeling van de woningen)met de "Voorlopige wenken voor het ontwerpen van eengezinshuizen". Door de diepe en aan elkaar grenzende tuinen is het effect gecreëerd van een tuindorp. Dit wordt benadrukt door de traditionalistische ambachtelijke bouw en de (vaak voorgeschreven) tuinafscheiding door middel van (liguster-)hagen in combinatie met lage muurtjes. Voor de meeste mensen zal het betrekken van een dergelijke woning een enorme verbetering hebben betekend van hun woonomstandigheden. Voor de oorlog leefden de meeste arbeiders in kleine woningen met bedsteden en een gezamenlijke woonkeuken. De woningwetwoningen werden bijvoorbeeld uitgerust met inpandige wc's en waar mogelijk een badkamer of een doucheruimte. Vanaf 1947 kwam ook de particuliere herbouw van vernielde panden op gang. In Beek werd begonnen met de herbouw van het centrum. In het gebied rond de kerken was vrijwel alles verwoest. Een groot deel van de R.K. Bartholomeuskerk was zwaar beschadigd en de pastorie was geheel verwoest.  Het naast de kerk gelegen Café De Kerkberg/De Witte met bakkerij Arts was geheel verwoest, evenals het aan de overzijde gelegen Café De Holleweg van Jan Groothuijse. Alle winkels aan de Nieuwe Holleweg waren verdwenen: slagerij Kersten (met slachthuis en worstmakerij) en bakkerij Kersten(met lunchroom), meubelmakerij De Bruyn (met werkplaats aan de Elzenweg), groente-en fruitwinkel Th. Verwey,melkhandel Verploegen en de wasserij van Verbeet. Ook de boven-en benedenwoningen behorend bij de winkels waren verwoest, evenals meerdere woningen op het achterterrein grenzend aan het Elzendal, waar Chalet Mooi Nederland/Bad Beek onherstelbaar beschadigd was. De villa en voormalig pension Elsbeek aan de Nieuwe Holleweg  was volledig uitgebrand, compleet met orangerie/broeikas, koetshuis en daarachter wasserij Theunissen. Aan de Rijksstraatweg gingen Huis Schoonzicht en Villa Stockenhof verloren , evenals de winkel/wijnhandel van Van den Meerendonk tegenover Hotel 't Spijker, dat zelf zwaar beschadigd raakte. Het Badhotel (het oude Spijker) was inwendig zwaar beschadigd, de "Dependance"/ aparte stalhouderij aan de Nieuwe Holleweg/Van der Veurweg was geheel verwoest. Verder richting Duitse grens waren Café Peters en bloemisterij/kwekerij Peters (nu: Semper Florens) verwoest, evenals diverse panden aan de andere zijde van de grens, zoals hotel De Groote Musschenberg. Bij de herbouw van de omgeving van de kerken in Beek zijn meerdere architectenbureau's betrokken geweest. De oneven zijde van de Nieuwe Holleweg met alle genoemde winkelpanden en het terrein van Villa Elsbeek werd herbouwd naar ontwerp van het bureau van de broers J.A.J. van den Boogaard en H.G. van den Boogaard uit Nijmegen. Zij hadden hun architectenbureau, dat was opgericht door   hun vader M.A.M. van den Boogaard, aan de Smetiusstraat 6. Zij waren ook actief bij de wederopbouw van vele winkelwoningen in het centrum van Nijmegen.  J.A.J. van den Boogaard was als Ubbergse gemeentearchitect al voor de oorlog bekend om zijn woonhuisontwerpen en woonde in een door hemzelf ontworpen huis aan de Rijksstraatweg 55. Ook de naoorlogse ontwerpen, waarvan er vele zijn uitgevoerd in de gemeente Ubbergen,  worden gekenmerkt door een grote aandacht voor materiaalgebruik en detaillering in een traditionalistische, maar speelse stijl en met een goed gevoel voor verhoudingen en inpassing in de omgeving.  Voor de verwoesting in 1944 was het lagere gedeelte van de Nieuwe Holleweg een nogal divers bebouwd terrein. Aan de achterzijde grensde het aan het Elzendal, waar in 1910 door de Maatschappij Mooi Nederland een groot perceel was aangekocht met daarop onder andere boerderij Het Vossenhol (afgebroken in 1926), de Dependance van het Badhotel (voorheen 't  Spijker) en de stalhouderij van het Badhotel, in 1927 gebouwd naar ontwerp van Willy van Boldrik. Naast de Dependance lag een brede "Uitweg". In 1927 had slagerij Kersten even verderop een nieuwe winkel met slachthuis en worstmakerij plus luxebakkerij met lunchroom laten bouwen naar ontwerp van Willy van Boldrik, met speelse hoektorentjes, nog enigszins in de stijl van de Nieuwe Kunst. Daarachter bevonden zich de melkhandel van Verploegen en de wasserij van Verbeet. In de bocht, iets terugliggend van de weg stond een wit boerderijachtig pand, café De Holleweg van Jan Groothuijse. Bij de herbouw van de winkels kreeg dit deel van de Nieuwe Holleweg een grotendeels gesloten gevelrij met aan weerszijden vooruitspringende hoekpanden en - zoals vaker toegepast in de wederopbouw - een expeditiehof, bereikbaar via een poort . Alle vooroorlogse winkels kregen een nieuwe plek met bijbehorende    boven- of benedenwoningen. Daarnaast kwamen er ook enkele nieuwe winkelwoningen. De bocht in de Nieuwe Holleweg werd aangepast. Beginnend bij het hoekcomplex (nummers 11-13), ongeveer op de plek van de vroegere "Dependance" van het Badhotel,  kwam een  geheel van winkels, woningen en werkplaatsen doorlopend in de Elzenweg. Hier vond meubelmakerij De Bruyn een nieuwe plek, evenals de drogisterij van Zegveld en een aannemersbedrijf. Later kwam hierin de kinderkledingfirma Bambi. Tegenwoordig herbergt Nieuwe Holleweg 13 een kapsalon. Via de poort aan de Nieuwe Holleweg (zie bouwtekening) kon men het achterterrein bereiken, waar zich de woningen met de huisnummers 17 en 19 bevinden. Aan de Elzenweg is boven een van de ingangen het jaartal 1948 in sierlijke cijfers in natuursteen aangebracht.  Dit was ook het geval bij de getoogde poort aan de Nieuwe Holleweg, totdat deze helaas bij een verbouwing  in de jaren 70 verdween. Fraaie detaillering is terug te vinden in het siermetselwerk onder de daklijsten en in de blindvelden boven de meerruitsvensters, evenals in  het ontwerp van de deuren. De tuitgevels en muurankers doen denken aan de Hollandse Renaissance. Ter linkerzijde van de poort kwam de nieuwe groente-en fruitwinkel van Th. Verwey. Aan de rechterzijde van de poort, op nummer 23, kwam in 1949 de winkel van slagerij Kersten terug, die al sinds 1912 aan de Nieuwe Holleweg actief was en is. Via de expeditiehof waren de slachterij met darmenvertrek en worstmakerij bereikbaar. De dakkapellen hebben hier klokgeveltjes. De winkelpui heeft in de jaren 60 en 70 nogal wat wijzigingen ondergaan. Op nummer 25 keerde bakkerij-lunchroom Kersten terug. Deze was in 1950 gereed. De gevel werd in 1975 gewijzigd en op nummer 25A kwam later assurantiekantoor F.G. Honselaar. Op dit moment is hier nog gevestigd muziekhandel Stockenhof. Dit deel van het winkelblok is later wit geschilderd en voorzien van nieuwe dakkapellen. Het iets vooruitstekende hoekpand Nieuwe Holleweg 27 was tot 1978 het winkel-/woonpand van melkhandel Verploegen, met erachter de wasserij van Verbeet en een apart kantoor-/woonhuis op nummer 29 (voorbij de bocht). Beide laatstgenoemde panden zijn goed bewaard gebleven. In de voorgevel, naast de voordeur, zit ingemetseld een reliëfje van Sint Jozef, de patroonheilige van de melkhandelaren van Nijmegen e.o..  Mevrouw Verploegen, moeder van de laatste eigenaar, wilde dit per se bij de bouw in een nis in de muur laten plaatsen en heeft er stad en land voor afgelopen. De opvolgers en huidige bewoners, de heer en mevrouw Verploegen, vonden het dan ook verschrikkelijk toen bleek dat iemand 's-nachts de hoofdjes van Sint Jozef en het kindje vernield heeft. Zij zoeken nog steeds naar iemand die dit kan repareren. Op het terrein van het afgebrande voormalig pension/villa Elsbeek verrezen na de afbraak van enkele overgebleven broeikassen in 1951 zes deels vrijstaande, deels geschakelde woningen met vrijstaande bergingen in de tuin. Beginnend bij nummer 31 hebben zij de namen De Wingerd, De Meidoorn, De Den, De Wilg, De Beuk en Elsbeek gekregen.  L. Heijnen heeft in opdracht van architectenbureau Van den Boogaard destijds de bouwkundige tekeningen gemaakt.   De opvallende rij witgeschilderde huizen valt op door de fraai vormgegeven hoge schoorstenen en de geleidelijk aflopende ronde muurtjes, die een van de kenmerken zijn van de ontwerpen van de Van den Boogaards. Voor de detaillering van de dakgootlijsten en de tuinmuurtjes werd een aparte ontwerptekening gemaakt. Met name de geschakelde nummers 31, 33 en 35 zijn gaaf bewaard gebleven. Nummer 37 is enkele jaren geleden in zijn geheel afgebroken en met een andere nokhoogte weer opgebouwd, de detaillering is wel goed teruggebracht. Nummer 41 heeft helaas grotere ramen gekregen in de jaren 70, waarbij ook de luiken verwijderd zijn. Op de Ravenberg staan de villa's De Berken en De Klim, deze zijn in 1953 gebouwd naar ontwerp van de broer van de gemeentearchitect, H.G. van den Boogaard (1914-1992) en vertonen grote gelijkenis met dit rijtje huizen aan de Nieuwe Holleweg. Het sanatorium dat in 1920 door de Broeders van Barmhartigheid van Sint Joannes de Deo in villa Kalorama gevestigd was, werd na de oorlog uitgebreid met een grote vleugel. De uitbreidingsbouw werd ontworpen door  architectenbureau Wiegerinck en Van Balen in Arnhem en met de bouw werd gestart in 1952. Het kenmerkende aan het ontwerp was de functionalistische hoofdvorm met grote raampartijen, terwijl de muurvlakken tussen de ramen voorzien waren van siermetselwerk. Helaas gingen de oorspronkelijke villa en de nieuwe uitbreiding door brand verloren in 1959.  Van de wederopbouwperiode rest alleen de dokterswoning aan de Nieuwe Holleweg. Deze werd in 1950 gebouwd naar ontwerp van J.G. Deur  en C. Pouderoyen op de plaats van sanatoriumpaviljoen St. Jozef, dat in 1947 in gebruik was genomen en door hetzelfde bureau was ontworpen.  Deur en Pouderoyen waren bekende Nijmeegse architecten, onder andere ontwierpen zij  daar het Carmelklooster aan de Doddendaal (deels verdwenen), Warenhuis Van der Werff aan Plein 1944 (gewijzigd) en het helaas gesloopte kantoor van de Raad van Arbeid aan het Keizer Karelplein. De dokterswoning  vertoont kenmerken van de Delftse School, een traditionalistische stijl met bescheiden decoratieve elementen en  een rustige uitstraling, geïnspireerd door de bekende architect Granpré Molière. Er is gebruikgemaakt van siermetselwerk. De deels getoogde deuren hebben een natuurstenen omlijsting. De aangebouwde werkplaatsen dateren uit 1954 en zijn gebouwd naar ontwerp van Wiegerinck en Van Balen. Sanatorium Kalorama werd na de brand van 1959 geheel herbouwd en omgevormd tot verpleeghuis. De Kerkberg in Beek was in 1944 zwaar beschadigd geraakt. De RK St. Bartholomeuskerk werd in september/oktober tijdens Operatie Market Garden door granaten getroffen en brandde grotendeels uit. Daarbij gingen alle gebrandschilderde ramen en interieurelementen af.  Ook de sacristie en de pastorie, met het kerkarchief, gingen verloren. De eerste jaren na de oorlog kon de kerk na enkele noodmaatregelen gebruikt worden, maar er werden plannen ontwikkeld voor een ingrijpende inwendige verbouwing en voor het toevoegen van een "peristyle" (ingangspartij) aan de voorgevel. De kerk bezat voor de oorlog een wat ongebruikelijke indeling. De oorspronkelijke waterstaatskerk uit 1826 was in 1892 door J. Kayser verdubbeld in omvang en omgevormd tot een  pseudo-basiliek met een dubbel schip, waardoor er een zuilenrij in het midden van het schip stond. Ook kwam er een transept en een koor met omgang en werden er zijkapellen tegen de westgevel gebouwd. De toren, gebaseerd op die van de Stevenskerk in Nijmegen, werd herbouwd op de noordwesthoek. De voorgevel kwam aan de oostzijde te liggen en kreeg ronde vensters.   In 1952 ontwierp de Nijmeegse architect B.W.A. Goddijn voor de kerk een nieuw interieur en voorportaal met devotiekapellen en een nieuwe pastorie en kosterswoning. Ook de verwoeste bakkerij Arts en café De Kerkberg (De Witte) werden in opdracht van het kerkbestuur door Goddijn opnieuw ontworpen.  De voorgevel van de St. Bartholomeuskerk kreeg in 1952 een toegangsbordes met trappen leidend naar een centrale toegangsdeur onder een "peristyle". Deze heeft siermetselwerk, natuurstenen consoles en een cassettenplafond van kalkzandsteen met betonvulling. De kleinere deuren aan weerszijden leidden naar twee devotiekapellen. Inwendig werd de extra zuilenrij uit het schip verwijderd en werden de tongewelven vervangen door een betonnen cassettenplafond. Daarvoor moesten de fundering en de kapconstructie geheel worden vernieuwd. Ook de sacristie werd herbouwd. Aan de Kerkberg 3 werd de verwoeste pastorie uit 1804 (in 1923 verbouwd door gemeentearchitect J.A.J. van den Boogaard) geheel herbouwd in kleinere vorm. De pastorie in de stijl van de Delftse School heeft tuitgevels en schouderstukken op natuurstenen consoles. Ook de kleine gepaarde rondboogramen aan de zijgevel zijn opvallend. Er waren behalve slaapkamers voor pastoor en kapelaan en hun personeel  ook een spreekkamer en een wijnkelder. De tuin was ommuurd. In het bijgebouw bevonden zich een berging en bijkeuken. De pastorie heeft nog veel oorspronkelijke elementen behouden, zoals de luiken en een fraaie smeedijzeren lantaarn boven de (in natuursteen omlijste) voordeur. In 1950 werd aan de overzijde van de pastorie, aan de Kerkberg 16, een woning gebouwd voor de koster. Deze heeft een steil dak met twee oorspronkelijke dakkapellen en hoge schoorstenen op de hoeken. In het metselwerk zit een rand ongeveer 50 cm onder de dakgoot, die doorloopt over de pilasters van baksteen op natuurstenen basementen, die aangebracht zijn aan de voorgevel (direct in lijn met de schoorstenen). De kosterswoning is zeer goed bewaard gebleven, met o.a. de originele luiken en ligusterhagen. We besluiten de rondgang langs wederopbouwarchitectuur rond de kerken in Beek met Nieuwe Holleweg 4, het als woonhuis met bakkerij, winkel en café in 1948 door B. Goddijn ontworpen huidige Eetcafé De Witte. Sinds 1870 bevond zich naast de St. Bartholomeuskerk, op grond die eigendom was van de parochie, een herberg met koffiehuis en tapperij op naam van de familie Arts. Sinds 1910 was er een bakkerij bij gevestigd, deze bevond zich aan de zijde van de kerk (rechts), het cafégedeelte was links. Het café heette De Kerkberg.  Het gehele complex werd op 19 september 1944 verwoest, evenals de naastgelegen woningen. Bij de herbouw van bakkerij Arts met café De Witte (genoemd naar de eigenaar die zelf brood bakte en altijd onder het meel zat) werd het cafégedeelte verplaatst naar het rechterdeel van het pand. Links van de entree (met getoogde deur) bevond zich een grote bakkerij met winkel en op de verdieping een meelzolder. Er werd gebruik gemaakt van een eikenhouten kapconstructie en eiken lateien, het pand heeft een boerderijachtige uitstraling. Boven het café bevonden zich de slaapkamers van de familie Arts. De ramen hadden alle een roedenverdeling. In 1973 werd de bakkerij gesloten en werd het pand verbouwd tot eetcafé. Hierbij gingen de getoogde deur  en de originele dakkapellen verloren. Bij een verbouwing in 1983 werden voor- en achtergevel ingrijpend gewijzigd. Alleen de zijgevels zijn nog goed bewaard gebleven. Ooij, Dr. Kochlaan, arbeiderswoning. Ontwerp J.J.A. van den Boogaard 1946. Foto P. Coenen. Ooij, Dr, Kochlaan, arbeiderswoningen.                           Ontwerp J.A.J. van den Boogaard 1946.  Foto P. Coenen. Leuth, Steenheuvelsestraat 11 t/m 29,  arbeiderswoningen " complex C", J.A.J. van den Boogaard. Foto P. Coenen. Beek, Nieuwe Holleweg 11-13-15-17-19/ Elzenweg, woonwinkelpanden/ werkplaatsen. Ontw. J.A.J. en H.G. van den Boogaard 1948. Bouwarchief gemeente Ubbergen. Beek, Nieuwe Holleweg 25, detail dakkapel. De meerkleurige baksteen, het muurijzer, het getoogde raam en kalkstenen schouderstuk zijn typerend voor de wederopbouw in traditionalistische stijl.    Beek, Nieuwe Holleweg 12. Achtergevel vml. dokterswoning Kalorama (ontw. J.G. Deur & C. Pouderoyen 1950) met op de achtergrond Nieuwe Holleweg 33-35 (ontw. J.A.J. van den Boogaard 1951).  Beek, Kerkberg 16. Vml. kosterswoning St. Bartholomeuskerk. Ontw. B.W.A. Goddijn 1950. Beek, Nieuwe Holleweg 4. Eetcafé ‘De Witte’, ontw. B.W.A. Goddijn, 1948    Klik hier om naar deel 2 te gaan