Spannende geschiedenis, De Musschenberg In het kader van het project Spannende Geschiedenis (op initiatief van de Werkgroep Toerisme Ubbergen) worden twee nieuwe informatiepanelen geplaatst. Eén daarvan komt bij Hotel Restaurant De Musschenberg in Beek. Op de website www.spannendegeschiedenis.nl (een samenwerkingsverband van onder andere RBT-KAN en Gelders Erfgoed) is de tekst van het informatiepaneel terug te vinden. Het volledige, op basis van een aantal interviews met de familie Maas van De Musschenberg samengestelde verhaal over de bewogen periode vanaf de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog tot en met de jaren '50/'60, treft u hier aan. De Nederlands-Duitse grens liep vóór 1945 in het dorp Beek vanaf het Keteldal en dan verder parallel aan de Rijksstraatweg.  De rechter, hoger gelegen zijde van de huidige Rijksstraat-weg was Duits gebied. De straat heette hier de Muschenbergsestraat. Het Duitse deel van de straat heette "Wyler-Berg". Al sinds de 17e eeuw staat onder aan de Musschenberg een boerderij-herberg. De Duitse bewoners van de Musschenberg, de familie Maas, hadden een café en een boeren-bedrijf. Van oudsher ontvingen zij ook veel Nederlandse gasten in hun café. Achter het voorhuis was de koeienstal en op de akkers tegen de helling werden tarwe, rogge en bieten verbouwd. In het gezin Maas werd vooral "platt" en overigens zowel Nederlands als Duits gesproken, er waren contacten met het Duitse Wyler en het Nederlandse Beek. Naaste familie bezat het verderop gelegen hotel De Groote Musschenberg, dat op de grens stond en een dependance op Nederlands grondgebied had. De tramlijn naar Kleef had daar zijn beginpunt. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd de grens van Duitse zijde versterkt met prikkeldraad, waardoor de Nederlandse inwoners van het oostelijke deel van Beek (de Smorenhoek) hun huizen moeilijk konden bereiken. Ook werd het wederzijdse contact tussen de Duitse en Nederlandse buren hierdoor gehinderd. Op 9 mei 1940 zag Frau Maas hoe zich op de stuwwal Wehrmachtvrachtwagens verzamelden voor de inval in Nederland.  Na een relatief rustig verlopen oorlogstijd deden in september 1944  de geallieerden een eerste poging om Nederland te bevrijden. Tijdens de gevechtshandelingen hielden de bewoners van het huidige hotel De Musschenberg,  met buurt-bewoners en uit Berlijn gevluchte familieleden, zich schuil in de kelder. Op 22 september 1944 werden zij door een zwarte Amerikaanse commandant ontzet. Frau Maas werd hoogzwanger ondergebracht in de als noodhospitaal ingerichte villa Waalheuvel in Ubbergen, de anderen werden na omzwervingen geïnterneerd in Kamp Vught. Na de geboorte van Theo werd moeder Maas met de baby naar Vught overgebracht. De omstandigheden waren hier zo slecht dat grootmoeder en een nichtje in het kamp gestorven zijn. Op 1 juni 1945 mochten de overige geïnterneerden het kamp verlaten. Bij terugkeer bleken zij statenloos te zijn geworden en was er een 5 kilometer grote, verboden neutrale zone aangewezen. De Musschenberg maakte hier deel van uit. Het was onmogelijk om het eigen huis te betreden. De familie Maas werd onderdak verleend door een boer in de buurt van Kranenburg (Duitsland). Direct in mei 1945 had Nederland bij het Britse gezag een claim gelegd op een deel van de Duitse gemeente Wyler. Dit omvatte de huidige Rijksstraatweg vanaf de voormalige grens bij het Keteldal, de Duivelsberg en aangrenzende landbouwgronden tot aan de huidige grens Berg en Dal-Wyler. In de visie van o.a. minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens, maar ook koningin Wilhelmina, diende Duitsland maar liefst 10000 km2 gebied af te staan aan Nederland als genoegdoening voor de geleden schade. Hiertoe werd een Staatscommissie ter bestudering van het annexatievraagstuk ingesteld.  De Duitse bevolking zou uit de geannexeerde gebieden verdreven moeten worden. Een door de geallieerden samengestelde demarcatiecommissie bepaalde echter in 1946 dat, alleen in grensgebieden die aan een gebieds- eisenpakket voldeden, onder voorwaarden een bescheiden annexatie mocht plaatsvinden. Op 23 april 1949 trad in een aantal grensgebieden een Voorlopige Grenscorrectie in werking. Het betrof een twintigtal kleine annexatiegebieden met een totale oppervlakte van 69 km2. De bekendste zijn Elten en Tudderen. Als argument voor de grensverlegging in Beek en Berg en Dal werd de lastige verkeerssituatie op de (huidige) Rijksstraatweg en de Oude Kleefsebaan aangevoerd. Het dagelijks bestuur van de geannexeerde gebieden (genaamd "Drostambten") kwam in handen van een landdrost, de burgemeester van de naastgelegen Nederlandse gemeente, die een autonome positie kreeg. Nadat de familie Maas twee jaar ingekwartierd was geweest in Kranenburg, bewerkstelligde het Brits gezag in Kleef bij de Nederlandse overheid dat de Duitse eigenaren van de geannexeerde gebieden hun eigendom mochten betreden. Bij aankomst op de Musschenberg bleek het pand door brand en beschietingen ernstig beschadigd. Het had geen dak meer en ook geen ramen en deuren. Vrijwel de gehele inventaris was geroofd. Doordat de eigenaren statenloos waren, was het onmogelijk om in aanmerking te komen voor krediet. Er zat dus niets anders op dan zelf fondsen bijeen te krijgen om het café te kunnen heropenen. Met vereende krachten werden in het bos beukennootjes, paddenstoelen en lelietjes-van-dalen verzameld voor de verkoop. Met ondersteuning van Duitse familieleden werd de stal herbouwd en kwamen er een paar koeien op de Musschenberg. Dit betekende een keerpunt in deze trieste tijd, want er was nu weer melk, waardoor in 1947 het café heropend kon worden. Gelukkig kwamen er vrij snel weer Nederlandse klanten en kon er ook (vanaf 1954) een aantal pensionkamers ingericht worden. Voor enkele boerengezinnen in Wyler waren de problemen nog niet opgelost. Zij raakten hun landbouwgrond en dus hun broodwinning kwijt aan Nederland. Ook het heen en weer reizen over de grens werd bemoeilijkt, doordat er allerlei tijdelijke documenten nodig waren. Bij terugkeer in Nederland diende de grenswacht eerst de burgemeester (landdrost) te bellen alvorens er toestemming kon worden gegeven om Nederland binnen te gaan. Het bleef een tijd van onzekerheid en hard werken, die zou duren tot 1960. Intussen gingen de kinderen Maas in  Nederland  naar school. In de loop van de jaren 50 probeerden burgemeesters en inwoners van de Duitse gemeenten Zyfflich, Wyler en Kranenburg meermaals een einde te maken aan de annexaties. Zij schreven protestbrieven aan de Nederlandse regering. De verstandhouding tussen Nederland en Duitsland raakte meer en meer gespannen, waardoor er uiteindelijk een compromis werd bereikt in het grensverdrag van 1960. Alle drostambten werden in de nacht van 1 op 2 augustus 1963 aan Duitsland terug-gegeven. Het natuurgebied De Duivelsberg bleef, naar verluidt op voorspraak van het Nijmeegse Tweede Kamerlid Marinus van der Goes van Naters, in Nederlandse handen. Een deel van het door Nederland geannexeerde Wyler werd teruggegeven. Dit betrof landbouw-gebied en een deel van het Wylermeer.  De grenscorrectie bij Zyfflich werd evenmin ongedaan gemaakt: voortaan vormde de Querdamm de grens. 46 Duitsers en 22 Nederlanders  kwamen onder Duits gezag. Eindelijk was er duidelijkheid en kon men een nieuw begin maken. De bewoners van de Musschenberg verkregen, op één persoon na, de Nederlandse nationaliteit. De oudste zoon, Karl Maas, koos ervoor Duitser te blijven. (PC)    Bron: mevrouw M. Maas, Beek-Ubbergen, de heer T. Maas, Henstedt-Ulzburg (Duitsland)    Bron: mevrouw M. Maas, Beek-Ubbergen, de heer T. Maas, Henstedt-Ulzburg (Duitsland)